terug  begin  verder

[p. 108]

Ariadne op Naxosaant.

 
De vrouw die door een hèld verlaten wordt
 
Zal in een warmer schaduw voortbestaan:
 
Schijnbaar door hem in 't ongeluk gestort
 
Voelt zij haar donk're zinnen overslaan
 
 
 
Op zwoeler minnaars, minder dicht omgord,
 
Op weeke zwelgers, die haar ziel verstaan
 
Met wijn en mooipraten dat de avond kort
 
En stoorloos in de nacht doet overgaan.
 
 
 
En op haar eiland, waar haar hart nog bloedt,
 
Vinden de rijkste moog'lijkheden vorm:
 
Er kwam een vreemdeling, er woei een storm
 
 
 
Die hem haar toedroeg: morgen zal hij komen!
 
Zij voelt zich in zijn wijnrank opgenomen
 
En speelt met panters uit zijn panterstoet!

terug  begin  verder