terug  begin  verder

[p. 115]

III

[p. 117]

Kirke en Odysseus

 
Zij stonden samen aan de steile kust,
 
Betooverd en onttooverd na die nacht,
 
De zwijnen weer naar 't schip teruggebracht,
 
Tot man herleid, en met 'n goed woord gesust.
 
 
 
Zij sprak: ‘Opdat gij weer in de armen rust
 
Van haar die meer dan mij uw tooverkracht
 
Behoort, en die gij minder aarz'lend kust,
 
Daal af in Hades, waar 't orakel wacht.’
 
 
 
De branding ruischte, en hij zag haar aan,
 
En wist: bij 't liefdesspel, die nacht begaan,
 
Had zij een and're naam hem hooren fluist'ren.
 
 
 
Zij strafte en beloonde als een vrouw:
 
Zij bràcht hem thuis, maar om zijn huw'lijkstrouw
 
Zou zij zijn weg tot 't einde toe verduist'ren.

terug  begin  verder