terug  begin  verder

[p. 118]

Hermes Psychopomposaant.

 
Al zwaaiend met zijn staf lokt hij de zielen,
 
En danst hen voor onder een vroolijk lied;
 
Zij piepen schril, volgen hem op de hielen,
 
En hij vergeet de achterblijvers niet:
 
 
 
Vrouwen en kinderen die in zwijm vielen,
 
Die hij over zijn schouder vallen ziet;
 
Dan, bij de stroom, laat hij hen nederknielen,
 
En wacht dat ieder de obool aanbiedt.
 
 
 
Dit is het laatste; dan keert hij terug;
 
En weer ziet men hem, dansend, op de rug,
 
Terwijl de veerman afzet van de oever.
 
 
 
En weer weerklinkt zijn vroolijk tartend lied;
 
Maar allen voelen het: zijn oog staat droever,
 
Omdat hij tegen de eenzaamheid opziet.

terug  begin  verder