[p. 120]
Oedipus en Antigone
Zij kon zich nimmer schikken in de ware,
De diep're blindheid die zij in hem las:
Niet om zijn sneeuw'ge ouderdom te sparen
Hield zij steeds vol dat hij onschuldig was!
Hoe kan het noodlot ooit een mensch bezwaren
Die zonder oogmerk zondigde aan zijn ras?
Hoe zou een man ooit met zijn moeder paren
Indien hij wíst dat het zijn moeder was?
Maar hij, de blinde, wilde niet toegeven,
En gaf 't verheven noodlot volle maat,
En hield het hoog uit noob'le eigenbaat.
Totdat zij zweeg, en verder met hem schreed,
En op zijn grauw gezicht de angst zag beven
Voor de verborgen zinloosheid van 't leed.