[p. 121]
Augias
Nog 's avonds laat verscheen hij in de stallen
En keek en snoof naar de beroemde mest,
Zijn trots, die kenlijk tot de laatste rest
Aan 't heldenfeit ten offer was gevallen.
Natuurlijk wist hij, dat 't gemeenebest -
Dat vaag verondersteld belang van allen -
Luid over de verbeet'ring zou gaan brallen,
Omdat de lucht nu minder werd verpest.
Maar híj was aan die geur gehecht als aan
Zijn eigen huid, die óok niet zind'lijk was,
Maar die hij daarom nog niet schoon liet boenen
Door vreemdelingen, die vol eigenwaan -
Alsof door mest ruimen een schuld genas! -
Met werk op werk hun god wilden verzoenen.