terug  begin  verder

[p. 122]

Dionysos en de Tyrrheensche zeeroovers

 
Zij grepen hem, de vreemdeling, en bonden
 
Onder wild mesgeflits hem aan de mast,
 
En lieten hem drie dagen daar te gast,
 
En lachten om zijn etterende wonden.
 
 
 
O zonn'ge tijden, dat goden opstonden
 
Met 't schuimend gevolg dat hun adel past:
 
Wijn en luipaarden en de zoete last
 
Van wijnranken, om heel 't schip heengewonden!
 
 
 
Zoo feestte hij, de gave borst ontbloot,
 
Terwijl de beulen als dolle dolfijnen
 
In 't zog verbannen werden van die boot.
 
 
 
O droom, kom met een and're droom in 't reine.
 
Dolfijnen, zwemt niet naar de overkant:
 
Daar staat een kruis reeds in de grond geplant...

terug  begin  verder