Gestelsche liederen


auteur: Simon Vestdijk


bron: Simon Vestdijk, ‘Gestelsche liederen’. In: Simon Vestdijk, Verzamelde gedichten (ed. Martin Hartkamp). Athenaeum-Polak & Van Gennep, Bert Bakker, De Bezige Bij, Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam / Den Haag 1971, deel 2, p. 1-335 en deel 3, p. 486-503  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 143]

Vader en zoonaant.

[p. 145]

I. De oude molenaant.

 
Een vader blijft steeds ver buiten zijn kind.
 
Hij is een man die wat een jongen zoekt nooit vindt,
 
En als het kind op leven en beweging rekent,
 
Laat hij een bouwval zien die niets beteekent.
 
 
 
Wij wandelden naar de oude molen, hij en ik,
 
En hij herkende niet de ontgooch'ling en de schrik
 
Waarmee ik wieken miste aan 't lage huis.
 
 
 
Zijn machtloosheid werd nooit zoo wreed gemeten
 
Als aan 't gemis dat ik hem eeuwig heb verweten:
 
Vier wieken, en hun spokig stormgeruisch.