auteur: Simon Vestdijk
bron:
Simon Vestdijk, ‘Gestelsche liederen’. In: Simon Vestdijk, Verzamelde gedichten (ed. Martin Hartkamp). Athenaeum-Polak & Van Gennep, Bert Bakker, De Bezige Bij, Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam / Den Haag 1971, deel 2, p. 1-335 en deel 3, p. 486-503
verantwoording
inhoudsopgave
doorzoek de hele tekst
downloads
©
2004 dbnl / Martin Hartkamp en erven Simon Vestdijk

|
|
| |
| | | |
Slaapliedje
Wacht maar, kind, éen vraag duurt lang:
Wat is de schrijning van zonsondergang?
Wacht, en droom, maar sla mij niet zoo gade.
Straks brengt de maan haar zilv'ren serenade.
Streelend is zilver na de schreeuw van 't bloed:
Gedenkmunt die de helden strijden doet.
Plukte Alexander bloem na roode bloem,
De lotus sloot zich zilver om zijn roem.
Dooden vielen, kind, - sla mij niet gade! -
Dooden vielen, en de aartsverrader,
De zilverling, het schimplicht van de maan,
Doet hen pas godd'lijk aan de hemel staan.
Verraad smeedt ied're daad tot schoonheid's luister,
In zoetmetalen banden vastgekluisterd.
Judas was groot, want híj wierp met zijn geld
De glans op 't kruishout dat werd opgetild.
Sla mij niet gade, kind, sluit deze oogen
Die 't diepste in mij zien; want zóo bedrogen
Werd nooit een mensch als ik toen 'k me in mijn lied
Borg uit gevaar, - maar dat begrijp jij niet.
|
|
|