Gestelsche liederen


auteur: Simon Vestdijk


bron: Simon Vestdijk, ‘Gestelsche liederen’. In: Simon Vestdijk, Verzamelde gedichten (ed. Martin Hartkamp). Athenaeum-Polak & Van Gennep, Bert Bakker, De Bezige Bij, Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam / Den Haag 1971, deel 2, p. 1-335 en deel 3, p. 486-503  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 335]

Slaapliedje

 
Wacht maar, kind, éen vraag duurt lang:
 
Wat is de schrijning van zonsondergang?
 
 
 
Wacht, en droom, maar sla mij niet zoo gade.
 
Straks brengt de maan haar zilv'ren serenade.
 
 
 
Streelend is zilver na de schreeuw van 't bloed:
 
Gedenkmunt die de helden strijden doet.
 
 
 
Plukte Alexander bloem na roode bloem,
 
De lotus sloot zich zilver om zijn roem.
 
 
 
Dooden vielen, kind, - sla mij niet gade! -
 
Dooden vielen, en de aartsverrader,
 
 
 
De zilverling, het schimplicht van de maan,
 
Doet hen pas godd'lijk aan de hemel staan.
 
 
 
Verraad smeedt ied're daad tot schoonheid's luister,
 
In zoetmetalen banden vastgekluisterd.
 
 
 
Judas was groot, want híj wierp met zijn geld
 
De glans op 't kruishout dat werd opgetild.
 
 
 
Sla mij niet gade, kind, sluit deze oogen
 
Die 't diepste in mij zien; want zóo bedrogen
 
 
 
Werd nooit een mensch als ik toen 'k me in mijn lied
 
Borg uit gevaar, - maar dat begrijp jij niet.