terug  begin  verderprepost
[p. 30]

26

[GROOT NEDERLAND]
[redactie]

Doorn 7-6-'41

Beste Theun,

Als míj een dergelijk verzoek gedaan werd,43 zou ik het zeker weigeren. Ik merk nu al hoe dat vertalen op mijn zenuwen begint te werken. Trouwens ook aan romans kan ik niet langer werken dan 2, 3 maanden, dan moet het ook af zijn. Tot nog toe is me dit alleen met Het 5e Zegel gelukt ... Maar ook wanneer ik in jouw plaats over deze zaak moest decideeren, zou ik het niet doen. Je hebt dat geld toch niet bepaald noodig; ik meen, dat je me schreef, dat je de radio had;44 bovendien worden je boeken behoorlijk verkocht! Ik zou het zonde vinden, - afgezien dan nog van de stijgende tegenzin, die heusch niet uitblijven zal. Beslissend is hier natuurlijk de eisch van populariseering. Wanneer je ‘Historische Miniaturen’ à la Strindberg of C.F. Meijer mocht schrijven, zou de zaak heel anders staan. Je kunt dit natuurlijk tóch doen, maar of je dit 2 jaar lang, op commando, volhoudt ... Maar je moet het zelf weten! Mijn advies luidt in elk geval: weigeren.

Escher was hier, en heeft mij veel over zijn essay verteld, zonder dat ik een helder denkbeeld gekregen heb van hoe het ding er tenslotte zal komen uit te zien. Ik heb hem aangeraden den nadruk te leggen op wat den muzikalen leek interesseert; maar het zal nog vakkundig genoeg worden, vrees ik. Enfin, éen specialistisch nummertje van de zes is niet zoo erg. Tegen De Bruin heb ik geen bezwaar.

Over een paar dagen begin ik aan mijn stuk. Ik heb 't heele boek nog eens doorgelezen, met onverminderde bewondering moet ik zeggen. Wolf Solent is minder, hoewel ik het indertijd toch ook heel interessant vond. Ik vind Powys een machtiger romancier dan Huxley of Lawrence; maar hij wordt méer door Kitsch bedreigd (in A Glastonbury Romance ook, maar daar merk je er minder van, ook al door den omvang: 1200 pag.!). Als je het later event. lezen zou, zou je veel van de mystische aspecten moeten ‘inkapselen’. Trouwens, er wordt een ‘communistisch experiment’ in behandeld, dat je zeker interesseeren zou.

Hendrik de Vries schreef mij ook, in zijn kalligraphisch handschrift. Jij zou hem geschreven hebben, dat we maar het best en bloc in het gilde konden gaan. Dit gezichtspunt hebben wij indertijd al overwogen; om verschillende redenen is het toen verworpen. Natuurlijk altijd voorloopig ...

Holkema en Warendorf zijn zoo stom geweest om mij als ‘hoofdredacteur’ van Gr.Ned. aan te kondigen, tegen de afspraak, en tegen mijn uitdrukkelijken wensch.

[p. 31]

Als je hier soms over hoort spreken, zeg dan vooral, dat dit geheel buiten mij om geschied is.

Houd je goed! Hart. gr. van je

Simon

43De uitgeverij W. de Haan te Utrecht had zich tot mij gewend met de vraag of het mij mogelijk zijn zou binnen de termijn van twee jaar de vaderlandse geschiedenis te parafraseren in de vorm van drie, vier bundels korte schetsen (model: Onze voorouders door J. van Lennep). Ik had hieromtrent het advies van Vestdijk gevraagd.
44Van Kerstmis 1940 tot Kerstmis 1941 schreef ik elke week voor het programmablad van de AVRO een kort verhaal.
prepostterug  begin  verder