terug  begin  verderprepost
[p. 52]

42

[GROOT NEDERLAND]
[redactie]

Doorn 21-12-'41

Beste Frans,

Je hebt misschien wel gehoord, dat opgemeld periodiek alsnog verschijnen mag, op courantenpapier, god beter 't!75 Wat dit ‘cultureel’ te beteekenen heeft weet ik niet. Ws. een minzaam gebaar om ons re lijmen; in dat licht dient ook het dwaze gerucht beschouwd te worden, dat [M.] Mok (Jood) aangevraagd is om in de K.K. zitting te nemen ...

Nijhoff was gisteren hier, onverwacht, en hoewel het gesprek mij nogal vermoeide, had ik er tenslotte geen spijt van. Ik geloof, dat ik nu wel langzaam-aan opknap, al is het ‘subjectief’ nog hetzelfde. Zoo half Jan. - mijn vader is dan ook weg - moet je toch óok eens komen; we correspondeeren er nog wel over.

Volgens N. moeten wij overal voor bedanken, ook voor de Mij. van Letterkunde, voor het te laat is. Doe dit dus, wanneer je nog lid bent.

Wij lazen Wilde Lantarens , dat ik nog niet goed kende. Ik vind het een graad minder dan het beste uit de Tegels , maar daarom nog niet te versmaden en zeer zeker boeiend als ‘documentatie’. De feiten zijn best, de literaire uitwerking bevalt me iets minder, en de tegenstelling tusschen de medeminnaars is in den opzet wat goedkoop ‘zwart-wit’, hoewel in de uitwerking je artistentemperament het herhaaldelijk van de plichtmatige tendenz wint. Overigens is Hoogwolda zeer zeker een realiteit (meer misschien dan Anders), met zijn groene hoedje en dito opschrijfboekje en ‘Wel, wel, wel.’

Ja, Anton Wachter zou eigenlijk niet aan den tijdgeest ten offer moeten vallen.76 Maar er zijn nog andere redenen waarom ik er vrij aarzelend tegenover sta. Het is niet onmogelijk dat met De Andere School , het supreme afscheid van I.[na] D.[amman], de zaak voor mij toch afgeloopen is, en dat ik de stof daarná, dus de studententijd, beter op een andere manier kan verwerken, zooals het uitkomt (zooals ik reeds deed in Heden ik morgen gij trouwens). Ik geloof niet zoo erg in dergelijke tot lang na de puberteit voortgezette autobiografieën, vooral niet wanneer de puberteit tevens een soort ‘dood’ is, zooals min of meer in mijn geval. Enfin, ik kan er nu nog niets van zeggen, maar erg groot lijkt mij de kans niet! Wel heb ik vage plannen voor een nieuwe jeugdroman, buiten A.W. om; en iets reëelere plannen voor een Iersche roman. Documentatie daarvoor, druppelsgewijs, is het eenige werk dat ik doe momenteel.77 Ik ben niet van plan mij te overhaasten, en dat is ook niet noodig Misschien stuur

[p. 53]

ik 't erop aan alleen een Duitsche vertaling te laten verschijnen; dan laat ik ze hier stikken!78

So long! Hart. gr. en prettige ‘feestdagen’

je Simon.

75Het tijdschrift was door de redaktie, bij toenemende pressie van de bezetters en de kollaborerende schrijvers, losgelaten.
76Vestdijk had het werken aan de ‘autobiografische’ romans uit ontmoediging opgegeven, daar hij groeiende oppositie van de Duitse censunr voorzag. Ik had hem proberen aan te zetten tot doorschrijven.
77Hieruit kwam na kort verloop de roman Iersche nachten (verschenen 1946) tot stand. (Zie brief 45.)
78Vestdijk had een geheim pleizier in het feit, dat ettelijke van zijn romans in Duitsland bestsellers waren, terwijl hij in Nederland met groot wantrouwen door de bezetters werd gadegeslagen; een typisch staaltje van Duitse instancies die langs elkaar heenwerkten en -dachten. (Zie ook de noot van S.V. onder brief 43.)
prepostterug  begin  verder