terug  begin  verderprepost

54

Doorn 13-4 [1943]

Beste Theun,

Dank voor je brief. Van Pom hoorde ik al, dat je een meer centraal gedeelte van het land had opgezocht.106 Met mij gaat het nog hetzelfde, dw.z. de inzinking van meer ‘nerveuze’ aard is aan het beteren, en de jaarlijksche depressie wordt

[p. 70]

met de dag duidelijker, wat op zichzelf in zooverre prettig is, dat ik mij op volkomen bekend terrein bevind! De toestand is overigens zeer dragelijk; ik wandel; werk een beetje, - hoofdzakelijk ‘bezorgen’ van mijn overvloedige Gestelsche copy en wat voorstudies voor mijn nieuwe roman, die in de 30-jarige oorlog moet spelen,107 in de beginperiode, dus voor Wallenstein, - en trek mij van de dingen maar matig aan. Dit is het voordeel van iets werkelijk onaangenaams achter de rug te hebben: alles lijkt dan minder erg dan het vroeger was (of leek). Het eenige wat bepaald vervelend is is de moeite die ik met spreken heb en de vermoeienissen na een gesprek; maar ook dit is een ‘symptoom’ dat mij sinds mijn 17-e jaar min of meer vertrouwd is. Wel merkwaardig, die photografische nauwkeurigheid waarmee zoo'n ‘ziekte’ - die overigens geen ziekte is, maar een heilzame reactie van de natuur - zich steeds weer opnieuw reproduceert. Enfin, laat ik je niet langer hiermee vervelen. Alleen dit nog: waar ik vroeger deze depressies zooveel mogelijk geheimhield, is het nu in mijn voordeel, dat mijn ‘toestand’ een zekere algemeene bekendheid verwerft. Je hoeft er dus niet opzettelijk over te zwijgen, als je in het gezelschap van roddelaars bent! Ik bedankte voor Groot Nederland , om ‘gezondheidsredenen’. Met Juli schijnt er een nieuwe redactie te komen, onder Van der Made. Ik kan dit alleen maar toejuichen. Ik houd van duidelijke verhoudingen.

Vandaag stuur ik je je novellen, aangeteekend. Die griezelbloemlezing108 gaat niet door, zooals vrijwel alle afspraken die ik met uitgevers heb.

Ik wil het wel gelooven! Een ex. van Iersche Nachten 109 kan ik je helaas niet sturen voorloopig: Rohrer moest er 2 hebben, en diet 3-e gaat naar Nygh. Maar ik heb gegronde hoop, dat ik binnen afzienbare tijd een van de 2 terugkrijg. Anders zou ik je t.z.t. de cahiers kunnen geven; maar eigenlijk doe ik dat liever niet, omdat ik nogal wat in de copy veranderde, terwijl het ook niet bepaald aangename en gemakkelijke lectuur is, door de vele verbeteringen en zoo. Ja, Pom is een beetje kleinzeerig wat critieken en dgl. betreft, en van ingewikkelde intriges met afkeerig; maar in dit geval geloof ik toch niet, dat hij met die opmerking110 een bepaalde bedoeling heeft gehad. Ik wil dat essay mettertijd heel graag lezen, en ik vermoed, dat je, dwars door het meergenoemde ‘materialisme’ heen, eenige spijkers met koppen hebt geslagen. Het is een uitgangspunt als een ander.

Mijn lectuur is hoogst eigenaardig. Na het tweede deel van Faust lees ik nu The Scarlet Letter, waarvan ik, geloof ik, alleen de inleiding maar waardeeren kan. Faust was in vele opzichten een openbaring voor me; vooral over de humor van het

[p. 71]

geval - en zeer zeker vaak opzettelijk zoo bedoeld! - had men mij vroeger nooit ingelicht! Overigens zijn heele bedrijven stom vervelend; maar de Grieksche grap maakt alles goed. En, juist in deze gedeelten, is G.[Goethe] als dichter op zijn allerbest, vind ik. Ik vind dit allemaal in zooverre prettig, dat ik steeds nog geloofde, dat mijn orgaan voor de ‘klassieken’ volkomen afwezig was. Dit schijnt toch niet zoo te zijn; alleen verlang ik een beetje aangename pret erbij, en niet te veel geleerdheid, die ik niet begrijp. Door mijn Grieksche studies indertijd was ik waarschijnlijk meer ‘rijp’ voor de ‘klassieke Walpurgisnacht’ dan vroeger.

Het boek van Conrad kreeg ik van Fré terug. Jij hebt Het Uur U van Pom, toch niet, hè? Ans moet dit aan iemand uitgeleend hebben; maar ik geloof toch niet, dat jij dat bent, anders zou ze het zich allicht nog wel herinneren. Schrijf me bij gelegenheid nog eens terug. Ik herinner me altijd nog met genoegen onze vorige briefwisseling, óok tijdens een ‘depressie’ van mij. Hopelijk duurt het geval niet langer dan een paar maanden; dan zien we elkaar weer eens gauw. Met hartelijke groeten, ook van A.

van je
Simon

106Na anderhalf jaar onderduiken kreeg ik eind 1942 van de leiding der illegale CPN opdracht onder dekmantel naar Amsterdam terug te keren, om daar o.m. de Vrije Katheder, ondergronds orgaan van de linkse intellektuelen, mede te redigeren. Mijn kontakten bestonden uit relaties met het Kunstenaarsverzet (Frits van Hall, L.P.J. Braat, Jac. Bot) en de groep rond Walter Brandligt. Tevens was ik betrokken bij een groepje schrijvers, waartoe o.a. Clara Eggink, A. Roland Holst en Joh. van der Woude behoorden, dat bezig was een illegale tegen-organisatie te vormen van de Kultuurkamer; uit deze groep en het Kunstenaarsverzet kwam in 1945 de Nederl. Federatie van Beroepsvereenigingen van Kunstenaars voort. Van het gewapend verzet heb ik nooit deel ultgemaakt. Wel had ik door M. Nijhoff enerzijds en W. Brandligt anderzijds zijdelings en kortstondig kontakt met de groep Arondéus-Brouwer - de gebroeders Van Gilse - Sandbergh, die in het voorjaar van '43 na de aanslag op het Amsterdamse Bevolkingsregister werd opgerold, waarbij al de genoemden op Sandbergh na voor het vuurpeloton vielen. De redaktie van De Vrije Katheder bestond bij mijn toetreding uit B. Riezouw, Harm Veldman (in 1944 gearresteerd en in een Duits kamp omgekomen) en A.F. Willebrands.
107Bedoeld is De vuuraanbidders (versch. 1947).
108Vestdijk was door de uitgeverij Contact aangezocht een bloemlezing van griezelverhalen uit de wereldliteratuur te verzamelen en te vertalen.
109Bedoeld is: in handschrift.
110In Amsterdam had ik, deels op grond van gesprekken met Nijhoff zelf, een essay over hem geschreven ( M. Nijhoff: Wandelaar in de werkelijkheid , versch. 1946). Nijhoff was gevallen over enkele kritische opmerkingen, zoals ik elders vernam.
prepostterug  begin  verder