Atonaal


auteur: Simon Vinkenoog


bron: Simon Vinkenoog (samenstelling), Atonaal. Bloemlezing uit de gedichten van Hans Andreus, Remco Campert, Hugo Claus [en anderen]. A.A.H. Stols, Den Haag 1952 (2de druk)  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 97]

Simon Vinkenoog

In 1928 te Amsterdam geboren, sinds 1948 te Parijs woonachtig. In 1950 verscheen een bundel gedichten ‘Wondkoorts’, een tweede bundel ‘Land zonder Nacht’ in 1952.

[p. 98]
Ferdy
 
palmpasen in mijn handen
 
vacantiedagen in de woorden
 
die ik eigenhandig
 
om je lichaam weef
 
geloven kunnen
 
in de katten en de goden
 
die onze gezichten bewonen
 
 
 
vuurvliegen in het duister
 
met speeksel in de klieren
 
die van mond tot wedermond
 
bruggen hete wanhoop slaan
 
 
 
ik neem als een sneeuwbal
 
verbijsterende afmetingen aan:
 
holbewoner maanlandschap
 
hoogovens niagara-watervallen
 
een westelijk halfrond
 
 
 
een duizelend heelal
 
dat van dit lichaam
 
een in levende lijve
 
begaan zijn
 
met het leven maakt
[p. 99]



illustratie

[p. 101]
Thelonious Monk
 
dit is een straat van parijs
 
met een arabier in de zon
 
die langzaam slenterend werkloos
 
loopt te zijn een 1951-noordafrikaan
 
ting ting ting in de bleke zon
 
zonder geluid
 
 
 
dit onder water uitgesproken
 
vonnis ting ting ting
 
ternauwernood de oppervlakte rakend
 
en met een strofe in de franse taal:
 
je donnerais ma vie
 
toute entière
 
pour un petit rire confus et obscène
 
herinnert aan de dierentuinapen
 
met mondbekken harige benen
 
en ronde gladde achterhanden
 
die gretig alle kleuren willen grijpen wit en zwart
 
ting ting ting
[p. 102]
Ferdy 2
 
ver als de horizon ben je
 
in de glazen kist van het weer geborgen
 
beukend op de blikken deksels
 
van het najaar
 
ik zie de bliksem langs je lichaam trillen
 
en de regen loopt onrustig door je ogen
 
 
 
ik kan de afstand die mij van je scheidt
 
in lichtjaren tellen
 
en in de meter van het geluid
 
zoemen de seconden
 
 
 
mijn handen opnieuw in gebruik gesteld
 
sluiten het onweer in je borsten buiten
 
 
 
alleen de regen is thuis
 
op de platte daken van de nachten
 
zonder duizelingen
[p. 103]
Einde
 
wat ik aan wind en regen vraag
 
zal altijd zonder antwoord blijven
 
en wat de nacht voor mij verborgen houdt
 
is weerlicht voor de blinden
 
in mijn ogen
 
wartaal voor de stomme in mijn stem
 
straatgeluiden voor de beethoven
 
in mijn oren
 
een late straatlantaarn voor de dronkaard
 
in mij die naar houvast zoekt
 
 
 
anemonen voor de man zonder reukorganen
 
vrouw als tastplaats
 
voor de kinderloze zonder zinnen
 
 
 
(voor de tandeloze meeuwen in mijn tong
 
een valkuil lichtschip regenwolken)
 
 
 
ik drijf altijd naar mijzelf terug
 
ik kom altijd in mijzelf naar boven
 
ik vecht altijd met mijn ogen open
 
 
 
plat met de handen gespreid vallend
 
schaafwonden aan de ellebogen
[p. 104]
Lastenia
 
wat nog aan woorden
 
in mij wakker ligt
 
kan ik voor alle dag gebruiken
 
ik kan het bloed doen stollen
 
ik kan in andermans gedachten
 
wonen en er vruchten stelen
 
 
 
ik kan als een hond geslagen
 
huilen en ik kan spelend met vuur
 
mijzelf overwinnen
 
 
 
maar leven kan ik niet
 
het leven hangt buiten
 
het bereik van de klanken
 
zinnen en woorden
 
die ik als ledematen
 
lief heb gekregen
 
 
 
om een liefde die ik als zon
 
op het water heb zien schijnen
 
om een liefde die als licht
 
op mijn huid staat te branden
[p. 106]



illustratie