|
|
|
| |
woensdag 4 maart 1964
[drie uur 's morgens van de achtste dag]
B. de H. geeft me de raad 's avonds voor het slapengaan de dag als een film in mijn herinnering opnieuw te beleven, tegen de draad in te strijken, om de betekenis te ervaren. Hij wil dat ik de anti-kracht ontwikkel, die de eeuwigheid is. Ik zeg hem, dat ik dit leven streel in dit boek; voor de zoveelste keer zegt hij vanavond: ‘Dan is 't goed.’ Hij ontraadt me het gebruik van de middelen, spreekt over de weg van het goed en het kwaad. Hij spreekt een kaballistische taal, die ik blijk te verstaan. Hij leert me de Sfinx kennen: de vleugels van de adelaar (het denken; het Evangelie van Johannes), de manen van de leeuw (de hartstocht; Marcus), de uiers van het rund (de driften; Lucas) en het vrouwenhoofd van de mens (het Ik; Mattheus). Het is de orakel-vraag, die Oidipoes is gesteld.
Zijn geheimen mogen het daglicht verdragen; hij ontmoette de oude goden in Griekenland, Artemis in Turkije. Mij ontmoette hij tweemaal, twee keer als ingewijde, in het Perzië van Zarathoestra als een negerslavin, in het Griekenland van Perikles als een van de disgasten van Sokrates. Ik vertel hem van de touwslagersleerling, die de dochter van zijn meester neukte (die ik was) om kapitein op het grote zeeschip te kunnen worden, dat aan de Oudeschans voor anker lag. Huub ziet hij als de sintels, het as dat wij moeten achterlaten. Die zich opbrandt, in plaats van brandt. Die gekozen heeft voor het pad, dat naar de dood leidt, die het doel ziet in het middel.
En ik? Wat zegt het ik, dat voelt in het heden? Ik geef verslag. Ik weet wat mij overkomt, dit is geen profanatie. Dit is de keuze voor de wereld, geen vlucht buiten de wereld. Wat voor platen ik ook draai. Welke vlucht ik ook zal nemen. Ik sta ten dienste van mensen. Elk ogenblik is oorspronkelijk, het eerste ogenblik, het valt voor het eerst te beleven.
| | | |
Wees wijzer dan m'n woorden, die je via omwegen bereiken. De eerste de beste bloem die leeft. Nader bekijken. Laat het leven, maak leven. Leer je als God gedragen, schep. Wees volmaakt. Weet lichaam en geest te gebruiken.
Het is zo belangrijk dat je leeft. Er is op dit ogenblik, hier en nu, maar één leven. Maak er alles van. Gebruik je leven wel. Doe goed. Ontmoet.
Te hooi en te gras. In vele vormen geopenbaard. Om halfzeven stapte ik gisterochtend in bed, Reineke als in een vlaag ochtendlucht en met een kop thee in de dag en haar werk verdwenen, word ik om elf uur gewekt. Ik loop de gang op, haar Chinese ochtendjas half omgeslagen. Katrien A., ik ren terug naar bed, zet me rechtop en wacht tot ze me naar binnen gevolgd is. Ze doet kordaat haar jas uit, hangt die onmiddellijk aan de haak in de kast die daarvoor bestemd is, wrijft haar jurk glad langs haar benen, trekt een deken recht en gaat moederlijk zitten.
Ze valt met de deur in huis; ze ziet dat ik niets liever doe dan luisteren. Ik heb geluisterd, ik kan het helpen dat zij huilde (opluchting).
Ik zei Gerrit A. van zijn angst te hebben bevrijd, hij heeft vrede. Zij zegt zeker te weten dat hij liever in stilte had blijven leven.
We scheiden als vrienden. Ik ben met de dichter Gerrit A. in het reine; hij heeft zeker niet voor niets geleefd, geen leven scheidt het onze van het zijne. Wie geeft, heeft genomen. Wie neemt, geeft. Wereld, kom in mij open. Er is een andere wereld - ik kan er nog nauwelijks de omtrekken van onderscheiden. Wacht op mij, die mij liefheeft, laat mij niet gaan.
*
Ik wilde de woorden opschrijven, waarmee Stephen het bevroren lijk van de absolute leegte weer tot leven wilde wekken. Are we... en in de ophaal van de volgende letter ging mijn wil verloren. Ik probeer aandachtig het ogenblik te rekonstrueren; het hoofd gebogen luisterde ik toe hoe hij zijn psychiatrische kollega Th. in vertrouwen nam over de methode, die allen tegelijk en individueel, tot in het diepst van hun wezen wou bereiken.
Totdat hij ging spreken (hij keek iedereen aan) over het ‘orde op zaken stellen’; Matthias kwam huilend voor me staan. Reineke zal niet alleen met mij en de wereld moeten leven, maar ook
| | | |
met mij in zijn gedaante (drie jaar). Kinderen eisen alle aandacht, zij zijn het leven.
Ik blijf de mooiprater, die nauwelijks zijn gewaarwordingen gehoor schenkt.
Alles neemt hij waar, totdat de waarneming stikt in de openbaring, ‘as the berserk fury of the thunder's roar fades into words on paper’ (George Andrews).
Zolang ik woorden kan vinden voor mijn tekortkomingen,
ben ik ze niet bewust.
Zolang ik de openbaring niet aan het lijf onderga,
ben ik me niets bewust.
De proef van La Fucada: waarom loopt de mens altijd in cirkels? Sluit de ogen, handen gestrekt vooruit, zet honderd snelle passen op de plaats, en zie waar je staat. Honderd passen in het labyrint van je evenwichtsorganen. Ik werk mee aan de volgende zonne-eksplosie, ik ben een nieuwe wereld die vergaat, om plaats te maken voor de uiteindelijke transfiguratieve formatie (Browne's movement); we stellen ieder afzonderlijk de basis vast voor het eksperiment.
Dit is (ook) het verhaal van de film. Als hij van zijn stoel opstaat, is de kijker bereid minder voetstoots aan te nemen; hij weet wat het is als gezegd wordt: je bent krankzinnig. Uit de case-history in de historie.
Leidraad: het waarneembare heeft geen absolute waarde. De mens is vrij.
De mogelijkheid bestaat door psycho-fysiologische technieken de mens iets anders te laten begrijpen dan datgene waarmee hij door zijn levenservaringen gekonditioneerd is.
Buitenzintuiglijke waarneming binnen het bereik brengen.
De mens moet oorspronkelijk leren leven, de evolutie naar nieuwe bewustzijnsvormen houdt om. telepathie in. De psychiatrische opleiding is het toepassen van objektieve technieken. ‘Ik heb ze overboord gegooid, ik heb afgezien van het hanteren van methodes, ik wil alleen maar mensen verstaan.’
Epileptici (Mohammed), Parkinson's disease (Artane), Klemperer - een trilling voor de musici, Gurdjieff: een macht.
Over niets meer te verbazen. Alles is mogelijk, voor iedereen te zien. Van Gogh en de kraaien boven het veld van z'n laatste dag. Hij zag de andere wereld, zo zwart dat hij niets meer zag.
| | | |
B. de H. geeft me een mantra mee, dan word je een waarlijk ingewijde, dan zie je - zegt hij - de poort naar de andere wereld. Ik zoek het servetje waarop geschreven de tekst, en de vermaning (dertig keer op hetzelfde uur, een maandlang) elk woord te beleven, mediteren, koncentreren, kontempleren. Stralender dan de zon/Reiner dan de sneeuw/Fijner dan het intenste leven/Is mijn Ik,/De geest in de kern van mijn hart./Deze kern ben Ik./Ik ben ditzelf./Dit ben Ik./Ik ben./Gij zijt./Ik ben.
*
Ik weet niet of ik nog anderen in dit gebeuren kan betrekken. Mij is zelf nog zoveel duister, omdat ik nog zoveel gedachten niet tot het eind meemaak, en de mogelijkheid tot misstappen bij elke ontmoeting zó groot. Ik heb nog zoveel hulp nodig, en liefde, ik heb nog zoveel keren te horen: je bent niet alleen, dat ik niet weet of ik dit alles wel mag schrijven. Ik weet de omvang niet van wat ik weet. Kon ik handelen in overeenstemming met mijn woorden! Stelde ik orde op zaken! Wist ik van verantwoordelijkheid, de volwassenheid in het aanvaarden van ‘alles is niet goed’.
Alles is goed, ja, als de mensen hun weten kunnen gebruiken. We treuren om de as, de sintels, het gaat erom spannen, hoe leiden we de mens naar zijn nieuwe (Christus)bewustzijn? Moet de weg vrij zijn, of begeven we ons met goed en kwaad op weg? Kunnen we een film over de waarheid maken, als we de ware aard der werkelijkheid pas sinds enkele ogenblikken onderscheiden?
In het Ik zijn geen dimensies, geen afstandsbepalingen, doe de ogen dicht in de zon en je ziet de oneindigheid in vele onbereikbare, onweerlegbare kleuren, vormen en afstanden. Het is moeilijk kiezen op het scherp van de snede.
Het is eenvoudig leven in de hemel. Ook aan de andere kant ben ik journalist. Ik hoor stemmen. Ik annekseer de bandrecorders, ik mobiliseer de kijk- en gehoororganen. Zie de aarde trillen, static, nevel, wegschietende wolken en
alle sterren wentelend in eenzelfde trilling, waarvan ik deel uitmaak:
God is een duizeling.
Hij leeft op de rand van binnen en buiten,
hij bewoont een eigen lichaam: het jouwe,
| | | |
hij ligt in je wakker om te spreken,
luister, want je zult het meebeleven: in alle andere namen.
Alles wat waar is, is waar. Er gebeuren grote dingen.
Zeg mij na: ‘Ik ben het gebeuren. Ik zie de dingen. Ik ben alle dingen.’
Kijk daarnaar. Wacht af en zie hoe het beweegt. Neem de tijd - je hebt een eeuwigheid. In een kamer vol nachtblinden prijs ik het licht, dat ik alleen kan aanschouwen. Ik ben de special effects, de trukage (jij bent de enig ware), ik ben de opdracht een brief te schrijven. Terug onder mensen ben ik, een vertaler, ik spreek voor ingewijden, begenadigden, gebenedijden.
‘Sometimes you can dismember the words, but they are in a language you cannot understand unless you are crazy like Nostradamus, then you can understand nothing else. Calling all free men. Calling all free men to fly. Take off for the kingdom not of this world. The world is in the heart like a fire shut up in the bones. Enter the rock and hide in the dust, for the day shall burn as a furnace. The giants will destroy each other and civilization as we know it. It is themselves they harm. It shall be done with fire as it was done with water. Einstein's formulae equal the Tetragrammaton, the secret name of God, the thunderclap that ends our era.’ George Andrews, thank you for Steady Roll.
*
Het staat je te wachten, voor de nieuwe zondvloed. Het is één enkel spel. Het zijn miljarden spelen, elk ogenblik een ander. Met nieuwe regels. Nieuw leren. Inzet: je leven. Doel: het leven. Je hebt een troefkaart, je lichaam waarin alles ligt besloten. Je enige redding, mens. Het weet niet van kultuur of nihilisme, het handelt. Weet hoe en waarom het handelt. Het staat je ten dienste.
Maak me m'n lichaam kenbaar. Leer mij begeleiden. Leid mij in goddelijke verzoeking. Maak mij waar.
Ze verwachtte God niet in de spiegel te zien, zij kon haar ogen niet geloven.
Ik zag niets anders dan ogen die bleven, hoe het glas ook onder mijn adem raakte beslagen; ik zag een spiegelende leegte.
Ik ga het met die leegte maken. Dit is het laatste oordeel. Jij, die ik niet ken, bent het laatste oordeel.
| | | |
Dit is niet langer een logboek van de reis die ik met Reineke ga maken, dit is de reis die iedereen kan ondernemen. Dit zijn de ondoorgrondelijke wegen. Georges Bataille: ‘Se conduire en maître signifie jamais rendre de comptes; je répugne à l'explication de ma conduite. La souveraineté est silencieuse ou déchue.’
Het geestelijk leven van de ingewijde, zei hij, en zijn ademsappel hapte naar adem. Zijn informatie: mijn verrijking. Dit is de short cut in een vuurwerk van ruimte. Ruik aan me. Ik zit in dit boek: het papier stinkt naar ekskrementen, zaad, zachte liefkozende handen, Azië, zwetende mensen, het ruikt naar mij. Hier ruikt het naar mij, de versteende windhoos, de gestikulerende regen. Klaar. Wakker.
*
Deze film heeft geen verhaal. Je interpoleert je eigen verhaal in de film. Je bent De Andere.
Gij zijt: in een kamer bijvoorbeeld, waarin enkele minuten lang Alles gebeurt (hemel, aarde, hel - alles trekt door en voorbij, in en buiten) en dan, opeens, we zetten de kamer stil. Of de kamer? Wat zetten wij stil? Jij beweegt nog, al zijn het je ogen over dit papier. Ik heel de tijd. Ik betreed de realiteit. Een huilbui, een sneeuwbui trekken verder weg. Niets zeggen nu. Luisteren, naar de woorden die komen. Tot tranen toe bewogen.
Ja, ik huil.
It's all the same. Om het even wie. Aan de man gebracht.
Word niet meer boos om het waarom der dingen. Ze zijn zo heilig alledaags.
De dingen gebeuren.
Is het waar? Betekent het iets? God zij dank. Jij bent het antwoord.
Dank.
|
|
|