Liefde. Zeventig dagen op ooghoogte


auteur: Simon Vinkenoog


bron: Simon Vinkenoog, Liefde. Zeventig dagen op ooghoogte. De Bezige Bij, Amsterdam 1965.  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

zondag 22 maart 1964 [de zesentwintigste dag]

‘En op de achtste scheppingsdag moest God aan de geluiden wennen; het menselijk snuiven bij het ontwaken, het proesten en lachen, de honden die blaften en de ramen die werden opengeschoven, het barbaarse stofzuigen en de vele radiostations.’

Alles tegelijk; ineens lag de wereld open; hoe was de orde bij de schepping geweest? Diezelfde volgorde, of was alles tegelijkertijd aanwezig? Alle noten, ook de valse en half ernaast zwevende, de toestellen die nog gemaakt, gerepareerd of voor altijd onvervangbaar zouden blijven? Hij zag tenminste dat het goed was. Er was licht.

Ik? En ik? Ik schuif de gordijnen open, sta in de schaduwen van het licht, dat ligt binnen handbereik.

en ik kan het niet pakken: het is een woord dat voor mij uit blijft hangen,

ik ben de ruimte die niet kleiner wordt tussen hond en worst,

ik blijf rennen.

Dacht God: Misschien is mijn schepping morgen onleesbaar?

Zijn m'n wegen werkelijk zo ondoorgrondelijk?

[p. 201]

Hou ik eraan over? Is het goed? Kan ik rusten?

Wat houdt het in:

ik hoef voor eeuwig niet meer tussenbeide te komen.

Alles komt vanzelf. Alles gaat vanzelf. Zij zullen het zelf moeten uitvinden. Het Vuur, het Wiel, de Stoommachine, het Atoom en Mij.

(en mijn ogen nauwelijks bij machte het wonder te begrijpen, mijn pen en vingers niet in staat te beschrijven: het haarfijne verschil tussen waar en niet-waar, de afstand tussen de beide scherppuntigtoelopendgespitste uiteinden van de tekenpen die dienst weigert)

 

*

 

De overeenkomst tussen een mus en de machine.

Zij weigeren beide dienst, uit vrije wil.

Zij hebben de overeenkomst niet gesloten. Zij kommuniceren open.

 

*

 

mus

geen mus

dode takken bewegen:

er gaat geen vogel zitten.

 

*

 

Ik word voortdurend afgelost. Wat is er van de dag? Wat is er van de nacht? Qui vive? Miljoenen roergangers in mij staren stuurloos vooruit: hédaar aan bakboord, hédaar aan stuurboord. In de mist mijn kleine signalen. Luister goed. Soms hoor ik mij. Werda?

Een steen, na eeuwen roerloosheid, ademt even en gaat weer verzitten.

Een kikker springt in leven.

Een volle boom zoëven is nu volkomen zonder mus. Hier speelt zich iets af.

Wat? Ik hoef niet langer te denken, ik word gedacht. Ik weet nauwgezet wie ik ben. Nauwgezetter dan ooit, voel ik mij in het breedste letterkorps niet thuis, niet tussen ongelukkige machines Remco my heart ik zal je deze brief nooit kunnen sturen.

[p. 202]

Je zult nooit bij machte zijn het mes in diezelfde jampot te horen schrapen, en toch heb je er woord aan gegeven. Ieder springt om, nauwgezet, zorgvuldig, verkwistend, ekonomisch, ondoelmatig, toereikend - met het hem toebedeelde volume genie

er hoeft geen letterteken geen leesteken geen interpunktie meer te worden aangebracht

het is een stroom waaruit ik kan kiezen de ene waterdruppel nog anders dan de vorige blijf maar kijken ik kan er net zo goed mee uitscheiden

het is allemaal even waar van begin tot einde en tegelijkertijd zijn er de miljoenen tegenwaarheden die de ene waarheid onoverkomelijker aanvaardbaarder doen schijnen; elk woord dat gezet onmiddellijk in diepe kommunikatie leeft met zijn tegenvoeter

ik roddel van God

ja

‘Zullen we zo weggaan?’

‘Ja. Het is niet te geloven.’

George Andrews. Ik weet waarom hij zich opsluit. En weer niet. Hij wil het bijhouden, nàteren op de herinnering - elke regel in elke regel vergaat een wereld ik weet toch precies hoe dat werkt? elke regel een ademhaling. Altijd onverbiddelijk goed, bidden vervangen door weten.

lief subtiel mooi simpel eenvoudig

tja. Begenadigde wezens, die mensen heten. Wij gaan voor de derde en laatste keer naar Michaux de eerste en laatste retrospektieve

van alle getuigenissen - o, waarom/het hoeft er niet uit te komen:

het zit erin. Laat Lubberhuizen de bandrecorder maar houden. Laat de schrijfmachines maar ratelen. Telex. Laatste nieuws. ‘Heden de eerste scheppingsdag. Verder geen nieuws.’

1 God gaat kapot. Simon Petrus (ja, ik ben er weer) het wordt je gezegd: je zult me driemaal verloochenen, en de Matthaeus-Passion van Bach is er om je daar weer op te wijzen (Hilversum II - heden de gewillige, een draai aan de knop en bitterlijk ween je.)

Ik ween om het verlies van de angst voor de voorbeschikking. Trauma uit de jeugd: het wordt je (door Jezus) aangekondigd, en het voltrekt zich, waarlijk.

[p. 203]

Nu pas ben ik de godsdienst waardig. Ik hoef er niet meer over te spreken. Geen censuur, maar Zelfbehoud.

 

*

 

Met Reineke en Stephen (een andere route achter mij; zij in de auto, ik per scooter) naar Constant, vanaf 't Stedelijk Museum.

Het verkeer is een volmaakt middel van kommunikatie, ontstaan uit de enige valide ervaring die de mensen nader tot elkaar bracht. Maar hoe gefrustreerd heeft zich het geheel voltrokken: hoe bevreesd is elke weggebruiker voor de reakties van de andere, hoe terecht ook, maar anderzijds draagt hij met zijn eigen vrees ertoe bij het gevaar op de weg te vergroten. Verkeer als rat-race; ik zie op enkele honderden meters afstand het verkeer waaraan ik deelneem gaan aarzelen (een stroom van eigen vastgestelde snelheid weifelt tussen vlugger of langzamer), ik zie na enkele minuten de oorzaak: twee bromfietsers die elkaar bekonkurreren, en daardoor anderen in gevaar brengen. Verkeer is de mens op z'n best ook: het qui vive, dat hem alert maakt, en niet vijandig hóeft te maken. Lach bij een stoplicht, en er wordt teruggelachen. 90% van de menselijke handelingen berust op angst; verwijder de angst en je hebt 100% volmaakt menselijke handelingen.

Verkeer is een inter-taal, geen koppen-snellen, of hoofd-jagen, verbaliseren of nuttigen, maar funktioneren met een doel. Maximum-vrijheid voor iedereen, alleen aan banden gelegd om ook andere gebruikers de maximum-vrijheid te verschaffen. Verkeer is de enige internationale anarchie, het verkeer is het oponthoud, het middel dat het doel vanzelfsprekender maakt.

 

*

 

‘Zo, dat zit er weer op,’ zei een suppoost van het Stedelijk Museum vergenoegd tegen me, terwijl ik m'n scooter startte. Z'n zondagse jas aan, spoedde hij zich naar vrouw en kinderen. Zo, dat zat er weer op: Van Gogh's Onderhout (1890), vanuit de enig ware traditie geschilderd (leven is voortleven), de laatste ontmoeting met Michaux' verzameld werk, noem het maar kunst; weet dat de boodschap is - je bent het zelf, je moet het zelf maken, zonder jou is er geen God, je hebt nog veel te doen, alles is nog vanaf dit ogenblik te beginnen.

[p. 204]

Een alledaags wonder, kunst is een hallucinatie, de werkelijkheid een geniale opgave.

Reik het leven de helpende hand. Je zult ruimschoots beloond worden.