Liefde. Zeventig dagen op ooghoogte


auteur: Simon Vinkenoog


bron: Simon Vinkenoog, Liefde. Zeventig dagen op ooghoogte. De Bezige Bij, Amsterdam 1965.  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

zaterdag 28 maart 1964
[de tweeëndertigste dag]

Bij het wakker worden de aardbeving in Madurodam; 200 doden in Alaska. Wat heb ik gevoeld? Au tremblement de terre de mon écriture j'ajoute la seule vérité réalisable. Frank met Angela en Lester met vrouw uit Parijs over. De film van Michaux turnde de aanwezigen on. ()

Met Matthias volmaakte kommunikatie. Waar woorden tekortschieten maakt hij op andere wijze volkomen kenbaar zijn bijna 3-jarige verlangens: meestal ‘meespelen.’ Zijn leven is nog spelen. God zij dank. Laat het zo blijven. De vragen: wat houdt ‘Spanje’ voor hem in, als hij spreekt van Zwarte Piet, die vertrokken is en ook nog boven zijn bed hangt? De magische formule mama, en papa, is voor hem een grigri geworden, waarmee hij zijn diepste verlangens tot uiting brengt. ‘Pam-pam’ en hij schiet een denkbeeldige revolver op je leeg (overgehouden uit een seizoen kinderdagverblijven): ‘dood’ constateert hij koel, of lachend als je spelend ‘doodvalt’; hoe harder je valt, hoe uitbundiger! Hij maakt je dood! Hij heeft nog geen doodsangst, de angsten die hij kent zijn hem door z'n omgeving opgedrongen. Maar hij is wijs: kijkt naar auto's, stapt opzij. 1 jaar oud, op Ibiza, beet een hond hem pijnlijk in de lip: hij heeft er geen angst voor honden van overgehouden. Kortgeleden schrok hij van alles (toen het ons niet goed ging, ge4en). Hoogtevrees kent hij niet; ook niet toen wij vorige zomer gingen vliegen met Stephen.

[p. 247]

Doodsangst: je moet de dood hebben doorgemaakt om te weten wat het is.

De levenden die geen doodsangst kennen, hebben gekend, leven niet.

 

*

 

Dat de hel niet bestaat kan ik Jan H. moeilijk duidelijk maken; op zijn 50e kwam hij overigens tot deze ‘theoretische’ overtuiging, die hij zelfs tegenover zijn biechtvader heeft volgehouden, hij heeft er ekskommunikatie voor over. Wat houdt dat in, Jan? ‘Je wordt dan verstoten van de kerk waartoe je behoort, die je toch met God in verbinding heeft gesteld.’ Het verschil tussen de hel die voor hem bestaat, en de hel die niet meer bestaat is niet te omschrijven.

 

*

 

Wie is mijn kerk? Wie bracht voor het eerst de verbinding aan? Wie ik?

 

*

 

Husein Rofé geeft in The Path of Subud (Rider, Londen, 1962) (in het Nederlands bij Servire verschenen als Het pad van Subud, 1964) een definitie van volmaakte kennis: ‘een kombinatie van “mental education” en “deliberate cultivation of the intuition”.’ Pak Subuh leeft in het heden, zonder geheugen: hij beantwoordt vragen vanuit een intuïtief weten, dat direkt van God komt.

 

*

 

‘Ik geloof niet in God,’ Huub vanmiddag, ‘wel in 'n duivel: de zwaartekracht. Als ik op m'n hoofd ga staan, tart ik de duivel, hef ik 'm op, raak ik in 'n toestand die high genoemd wordt, dat mag je voor mijn part God noemen.’

 

*

 

Ik heb Jan H. jaren geleden gekwetst (vertelt hij me) door op te merken toen iemand 'n toeval kreeg, en languit op de grond lag: ‘Waarom zou 'n mens niet 's mogen gaan liggen?’

Ik heb het, ook toen, niet ‘kwaad’ bedoeld; intuïtief weten dat liggen goed is, vanzelfsprekend leefde ik met het slachtoffer in

[p. 248]

deze benarde situatie mee. Dat doe ik ook als ik hoor hoe met het meisje M., dat ook bij tijd en wijle afwezig is, gesold werd op 'n feestje. Ze hebben haar aan de haren door de kamers gesleept, haar met het hoofd in de bak van de w.c. gehouden, haar in een auto naar huis gebracht, bonk-bonk-bonk trap af, trap op haar met zich mee voerende.

 

*

 

Jetty onder invloed van stramonium. Als alle gewrichten, spieren, fysiologische kommunikatieschakels, ganglions, etc. (wetenschappelijke uiteenzetting binnen handbereik, nu 2) dienstweigeren. Slechts Mel hield zich in stand, een wonder.

Zijn geest wist 'n bovenmenselijke beheersing over het lichaam op te brengen, de taksichauffeur was alleen maar bang dat zij zou gaan overgeven op z'n bekleding. Ze mompelden niet-verstaanbare klanken - ik heb er meer in deze toestand gezien.

Ik durf niet eens m'n eigen stramonium-ervaringen op Ibiza, waar we gevieren het bittere, afschuwelijk bittere, plantenthee-drankje slikten, een verschrikkelijke ervaring, in te zien.

 

*

 

Elders. De speurtocht door de middelen (na koffie, thee, chocolade, alkohol, tabak, kauwgum, zoethout, nootmuskaat); de tri-trillingen, de verlangzamende Artane. Uit de hogeschool van het protokol. Hoe God zich degradeert tot genie. Hoe de krankzinnige zich voelt. De eenzaamheid van de alleswetende. Het niet meer kunnen buitensluiten (binnensluiten, nu 2) van de anderen. Vrij toegankelijk voor niet-leden. Had jij dat? Welke wetenschap? Die jij had/die ik heb. Organisch; motorisch; in het proeflokaal. nu tikt de wekker 1-2.

 

*

 

Geen obstakels bevechten, wachten op beter tij: je komt ze te boven. Ze zijn ondergespoeld.