|
|
|
| |
| | | |
7 Uw grijze jeucht heeft ons van jongs af iets belooft
(1648)
Dit sonnet is waarschijnlijk een reactie op een niet teruggevonden
gedicht van een zekere
Boëtius van Elslandt op het
overlijden van
Caspar van Baerle/Barlaeus.
KLINCK-DICHT, Aan den Poeët boetius van
elslandt.
Uw grijze jeucht heeft ons van jongs af iets belooft
Dat krachtiger zou zijn als doen was af te meeten,
2
Nu hebt gy 't geurig pit eergierig opgegeeten
3
Van baerlen, en geniet den orber van dat Hooft.
4
5
Zijn klaarheit blinkt in u, z'en is niet uitgedooft,
5
Gelijk den Yver zeidt, zijn geest blinkt door de reeten
6
Van uw verstandig Dicht. Hy heeft hem wel gequeeten,
7
Na dat hy was van Hooft zijn vrindt en zin berooft,
8
9
Zoo vrindtlijk was zijn aart, zoo trouw zijn
vrindtlijkheden,
Dats' hem met zoet gewelt van hier verhuizen deeden.
10
Is hy verhoogt van plaats, wat dient'er dan geweent?
12
Verbetert zijn geluk met oogen uit te weenen?
De wijsheit wil dat niet, het Amsterdams Athenen
13
Dat neem u voor hem aan, als zuyg'ling wel gespeent.
14
| | | | Naar de eerste druk in Apollos harp, Amsterdam,
Jan Hendriksz. en Jan Rieuwertsz., 1658, p.318. ub Leiden 1180
g 11.
| |
Verantwoording
In Apollos harp staat de naam TESSELSCHADE
ROEMERS onder de zinspreuk, waaruit is af te leiden dat men in 1658
een verklaring noodzakelijk vond; deze toevoeging van de uitgever is niet
overgenomen in de tekst.
In de uitgave van Worp (1918: 342) is in de zinspreuk Elk
geschreven als Elck.
| |
Notities
1 Uw grijze jeucht: oxymoron; mogelijke
interpretaties: a) u als jongmens met veel ervaring, zoals bij grijze, oude
mensen; b) uw jeugd gewijd aan het verleden, meer in het bijzonder aan de
oudheid (v, 747).
ons: uit het gedicht is niet op te maken
wie de dichter precies op het oog heeft. Het is plausibel de aanduiding te zien
als een verwijzing naar een wijde kring van mensen die zich betrokken voelden
bij de ideeën, personen en organisatie van het Amsterdamse Athenaeum
Illustre. 3 geurig en eergierig: klankspel.
eergierig zal hier geen pejoratieve betekenis hebben.
9 chiastische formulering.
10 zoet gewelt: oxymoron. Het is een typering voor
de dood van Barlaeus. Hij werd door de dood overwonnen, maar dit betekende voor
hem een verlossing. Algemeen wordt aangenomen dat Barlaeus zelfmoord heeft
gepleegd.
| |
Korte inhoud
Een leerling van de kort daarvoor overleden
Caspar Barlaeus wordt geprezen, omdat
hij er blijk van heeft gegeven de geestelijke vermogens van zijn leermeester
geërfd te hebben. Deze
Boëtius van Elslandt zou dan ook
goed Barlaeus' plaats aan de Illustere School kunnen innemen.
| |
Achtergrond
In de Republiek werden er verschillende athenea gesticht, bestemd
voor jongens die de Latijnse school voltooid hadden. Zij waren dan een jaar of
dertien en dus nog rijkelijk jong om naar de universiteit te gaan.
Amsterdam gebruikte dit argument bij de stichting. Daarnaast
wenste men dat de colleges voor iedereen - dit wil zeggen voor alle mannen -
toegankelijk zouden zijn.
Caspar Barlaeus (1584-1648) was, evenals
Gerardus Johannes Vossius (1577-1649),
vanaf de stichting betrokken bij het Athenaeum Illustre in Amsterdam.
Laurens Reael (1583-1637), de
invloedrijke oud-gouverneur van Oost-Indië, had zich zeer voor zijn
benoeming beijverd. Misschien dat Barlaeus hem daarom in een ander gedicht een
eervolle plaats als dichter geeft naast Constantijn Huygens en P.C. Hooft (vgl.
gedicht 12Achtergrond).
Op 9 januari 1632 hield Barlaeus in de Agnieten-kapel zijn
intree-rede, getiteld
Mercator sapiens, sive oratio de conjungendis mercaturae et
philosophiae studiis (De wijze koopman, of rede over de band tussen
de handel en de studie van de wijsbegeerte). Hoewel zijn oratie niet als een
beginselprogramma is opgesteld, heeft hij toch door wat er wel èn wat er
niet in staat de school een ideologische fundering gegeven. In de Mercator
sapiens komt geen enkele bijbeltekst voor, maar wel een kleine 150 namen
uit de klassieke oudheid. Er is in de rede geen enkel aanrakingspunt
| | | | met het christendom. Men kan de tekst dientengevolge lezen als een
poging om de christelijke ondergrond van cultuur en maatschappij te vervangen
door een humanistische. In wezen spreekt hij niet over de mercator
sapiens, maar over dehomo sapiens (Van der Woude 1967).
Het Athenaeum stond open voor een grote kring van mannen. Ook de
zakenman (mercator) moest zich, evenals de wetenschapper, aan de bronnen van de
cultuur kunnen laven. Hoe groot de belangstelling voor de Amsterdamse School
was, blijkt ook uit het gedicht van
Tesselschade Roemers. Ondanks het feit dat
zij als vrouw geen toegang tot deze tempel van wetenschappen had, houdt zij
zich wel bezig met het benoemingsbeleid.
Van Boëtius van Elslandt (1628/9-?) is weinig meer bekend dan
dat hij in 1649 met zijn gedicht Eeuwig Vree-verbondt een
bijdrage leverde voor de Olyfcrans der Vreede, waarin
onder meer ook
J. van den Vondels
Leeuwendalers Lantspel is opgenomen. Hij was in
1648 pas twintig jaar oud; wel jong voor een benoeming tot hoogleraar, maar in
de zeventiende eeuw niet onmogelijk.
| |
datering 1648
naar het jaar van overlijden van Caspar Barlaeus.
|
2doen: toen; t.w. in uw jeucht
(v. 1).
af te meeten: te bepalen ( i, 1202).
3geurig pit: verleidelijk geurende
merg.
pit: in het bijzonder gezegd van voortbrengselen en uitingen
van de menselijke geest ( xii, 2018).
eergierig: eerzuchtig
( iii, 3905).
4Van baerlen: bepaling
bij 't geurig pit (v. 3).
orber van dat Hooft: vruchten van
zijn geestelijke arbeid; dit is geen verwijzing naar P.C.
Hooft.
orber: voordeel ( xi, 57-8 sv. oorbaar I).
5klaarheit: glans
( vii, 3240).
6Gelijk den Yver zeidt: metonymia:
zoals de jaloerse omgeving beweert; Yver in de betekenis jaloezie
( vi, 1423 sv. ijver) of een verwijzing naar de zinspreuk van de
Amsterdamse Academie.
7Dicht: gedicht, dichtwerk
( iii, 2494).
Hy...gequeeten: hij (Caspar Barlaeus) heeft
zich danig ingespannen ( viii, 796 sv. kwijten).
8van Hooft zijn vrindt en zin berooft:
mogelijk tweeduidig: a) beroofd van Hooft, zijn vriend en de zin van zijn
bestaan; b) beroofd van Hooft, zijn vriend, en beroofd van zijn verstand. C.
Barlaeus leed aan een zware geestesziekte. P.C. Hooft was het jaar daarvoor, in
1647, overleden.
10Dats': dat ze, t.w. zijn aart
en zijn vrindtlijkheden (v. 9).
hier: nl. het
aardse.
13De wijsheit: personificatie: de
wijzen; mogelijk in de betekenis: de stoïcijnse
filosofen.
Amsterdams Athenen: de Illustere School waar Barlaeus
hoogleraar was.
14neem: aanvoegende wijs.
|
|