Zijn' deugdt, in die (of 't lijf hier sneeft)
Als levendige graeven, leeft.
Uit P.C. Hooft Gedichten deel 1 Ed. Leendertz-Stoett
1899: 280.
Opvallend is dat beide gedichten dezelfde kwaliteiten van
Pieter van Veen noemen, alleen de
volgorde is anders.
P.C. Hooft noemt eerst zijn
rechtsgeleerde kennis,
Tesselschade Roemers begint met zijn
schilderwerk. Voor beiden geldt als hoogste kwaliteit dat Mr. Pieter van Veen
in staat was mensen te verzoenen. Roemers betreurt het dat aan dit leven een
einde is gekomen, Hooft benadrukt het feit dat het verzoenende werk van deze
man voortleeft in de harten van anderen. Ook Hooft gebruikt alleen gepaard
staand rijm.
Pieter van Veen en
Jacobmina van Ruyven woonden in
Delft, waar zij een groot aantal kinderen grootbrachten. Drie van
hun volwassen kinderen verhuisden naar Alkmaar. Tesselschade
Roemers moet goede contacten met de familie onderhouden hebben. Van de oudste
dochter Geertruyt ‘die een zeer werelts creatuur was’ wordt verteld
dat zij ‘geestelick (is) geworden, ende de cleeren aff geleijdt,
danckende ende lovende Godt...’ (Michels 1961: 73). Zij moet klopje zijn
geweest. Vanwege het verbod op katholieke organisaties in de Republiek konden
vrouwen niet intreden in een klooster. Wel konden zij kiezen voor een vroom en
godgewijd leven in de wereld. Als kloppen of geestelijke maagden verrichtten
zij onder andere pastorale werkzaamheden. De kerk erkende deze geestelijke
staat voor vrouwen niet (Monteiro 1993: 138-9).
Vermoedelijk heeft
Constantijn Huygens de relatie tussen
Tesselschade Roemers en de jongste dochter
Theodora van Veen tot onderwerp gemaakt
van het gedicht Aen joffw. Tesselschade Visscher, drijvende een'
schoone dochter van Mr. Pieter van Veen, in sijn leven uytnemend schilder, tot
het geestelick leven (Huygens Gedichten deel 2 (1893: 252).
Theodora wilde misschien evenals haar zuster Geertruyt klopje worden.
Dochter
Apollonia van Veen is in de
literatuurgeschiedenis bekend gebleven doordat Joost van den Vondel een gedicht
heeft geschreven op haar overlijden in 1635. Er zijn ook brieven van haar
overgeleverd (Michels 1961: 75 ev.).
De vader werd op 4 december 1629 begraven.