|
|
|
| |
| | | |
18 Dat soete kermen en dat aengename klagen (1643)
Volgens de legende is de profeet Mohammed geborgen in een stalen
lijkkist die, in evenwicht gehouden door twee magnetische stenen, tussen hemel
en aarde zweeft. In een nogal duister gedicht vergelijkt C. Huygens zijn
positie aan een gastmaal met die van ‘Mahomet’. Dit gedicht is
daarop een reactie.
Dat soete kermen en dat aengename klaegen
Dan wy, die dat verstaen, gelyck het wert gheseyt
3
Met spreekent onbescheyt
4.
5
Wie keur heeft, die heeft angst; nu hebdy geen van tween
5,
En echter niet te vreen
6
Met de verheven swier van ongevallich weesen
7,
Van gins en weder drift, ten sy ghy u vertast
9;
10
U twijfel houdt u vast
10.
Onvastaert, roert u niet; de beste keur van allen
11,
Die souw u strax doen vallen
12.
O nimmer vals proffet! houdt ghij u in 't gewicht
13,
Wy houden u van aert en van het Hemel licht.
| | | | Naar het handschrift, overgenomen uit J.A. Worp, Een
onwaerdeerlycke Vrouw, 1918: 210.
| |
Verantwoording
Worp vermeldt dat het thans onbekende handschrift was gedateerd
1643 (1918: 210). Twee verzen heeft hij echter niet ontleend aan het
handschrift, maar aan de eerste uitgave van het gedicht in Verscheyde
Nederduytsche Gedichten ii, Amsterdam, L. Spillebout, 1653,
p.38-9. Hij heeft ze toegevoegd als v. 5 en 6. Wij hebben deze verzen
weggelaten, alsmede de inspringingen van v. 2, 4 enz.
Hieronder volgt de tekst volgens de eerste uitgave in zijn geheel
(ub Leiden 1198f 10). Het belangrijkste verschil betreft de
toegevoegde versregels O...verslijten (v. 5-6). Het opschrift wijkt af,
evenals konnen (v. 10) en weerdt (v. 13).
STENEN, ofte der Juffren Antwoordt.
Dat soete kermen en dat aengenaeme klaegen,
Kan yder niet verdraghen:
Dan wy, die dat verstaen, gelijk het werd gheseydt,
Met sprekendt onbescheydt.
5
O grondeloos vernuft! laet u geen tongh verwijten,
Het tweede rouw verslijten,
Wie keur heeft die heeft anghst, nu hebdy geen van tween,
Met de verheven swier van 't ongevalligh wesen,
Van gins en wederdrift, ten sy gy, uw vertast,
Uw twijffel houdt u vast.
Onvastaart weerdt u niet; de beste keur van allen,
Die souwd'u straks doen vallen,
15
O nimmer vals Propheet! hout gy u in 't gewicht!
Wy houden u van aerdt, en van het hemel Licht.
| |
Notities
opschrift: deze laat twee duidingen toe: als antwoord van de
magneetstenen is er een directe verwijzing naar het gedicht van
Huygens, maar de uitdrukking ‘een
hart van steen hebben’ voor iemand die niet door liefdesavances wordt
bewogen, speelt eveneens een rol. 1 soete kermen
en aengename klaegen: beide een oxymoron; tevens is er sprake van een
tautologie. 4 spreekent onbescheyt: meerduidig: de
vermetelheid van de (eerste) dichter is heel duidelijk, maar tegelijkertijd is
het een vermetelheid in woorden en niet in daden. Deze tweede betekenis wordt
bevestigd door ten sy ghy u vertast uit v. 9.
5 Wie keur heeft, die heeft angst: vgl.
Harrebomée (1862: 107b). Ook: ‘Keur baart angst. Daer men kiesen
mach voor beste uyt twee ofte meer dingen, daer valt terstondt bekommeringh in
't oordeel’ - Roemer Visscher, Sinnepoppen, 11a (wnt vii/i,
2629). 9 Van gins en weder drift: toespeling op
instabiele magneetnaald, die heen en weer slingert tussen twee polen.
10 paradox: de twijfel doet hier niet wankelen, maar
geeft juist evenwicht.
| | | |
| |
Korte inhoud
Naar zeventiende-eeuws gebruik roept het ene gedicht het andere
op. Er is sprake van wij die de dichter uit een eerder gedicht van
repliek dienen.
De inzet van het gedicht is fel. Het geklaag van de (eerste)
dichter, omdat hij niet kon beslissen naar wie van de twee magneetstenen zijn
voorkeur uitging, duidt op vermetelheid. Hij wordt niet eens in de gelegenheid
gesteld te kiezen en dat zou hij moeten waarderen, want juist daardoor blijft
hij in evenwicht, als was hij de profeet
Mohammed zelf.
Uiteindelijk blijkt hij aangesproken te kunnen worden als een
nimmer vals profeet, die zijn evenwichtige positie te danken heeft aan de
wij van het gedicht.
| |
Achtergrond
Op 14 en 15 april 1643 vond op het Muiderslot een bijeenkomst
plaats waar
Tesselschade Roemers en
Constantijn Huygens beiden aanwezig
waren. Bij deze gelegenheid schreef C. Huygens zijn gedicht waarin hij zijn
positie in de Muiderkring tussen twee vrouwen vergelijkt met Mahomets zwevende
lijkkist (Minderaa 1967).
De E. Heer C. Huygens, By de Poëten, op 't Huis
te Muiden vergastende, en tusschen de schrandere Tesselschade en Juffr. ......
zittende, maakte op hen diep zinnigh reedeneeren, en wijsselijk antwoorden, dit
Gedicht.
Verleider van Gods Volck! die tusschen steen en steen
Begraven leght en sweeft; nu vat ick eerst de rêen
Van uw swaer ongeval: Twee sprekende Magneten,
Twee Weeuwen, schoon om schoonst, wijs om wijst, doen 't my
weten.
5
Mijn logger geest als gy, mijn swaerder Siel als 't
stael
Daer uw geraemt in drijft gaet twijfflen als een Schael
Die gins en weder wipt, en niet en weet wat kiesen:
In 't eynde sterft haer drift soo voel ick my verliesen,
Mijn gins en weer en gins en weer verloofde macht
10
Daer hang ik tusschen tween in 't keureloos gebracht,
Begraven in mijn selffen hoope my te roeren,
En hoop'et niet te doen. Waer sijt ghy Muyder Boeren
Die naer de stale Kist uw leven hebt gewenscht?
Verschoont uw van de reys: Hier is het stael vermenscht.
15
Hier is het Lijk het Graf, hier winnen't de Magneten
Van Meccas grauwe Steen. Men laet een yder weten
Dat binnen Muyden hanght voor doodt en deed zijn woord
d'Een seg't den and'ren voort.
Uit Verscheyde Nederduytsche Gedichten ii, 1653,
p.37-8.
| |
datering 1643
Het gedicht is een reactie op het gedicht van Huygens naar
aanleiding van de bijeenkomst op het Muiderslot in april 1643, en moet in
hetzelfde jaar geschreven zijn.
|
opschriftdwz. Antwoord van de magneetstenen.;
vgl. Huygens v. 3 op p. 99.
4 spreekent: a) in het spreken; b)
onweerlegbaar.
onbescheyt: vermetelheid
( x, 1033).
5 keur: keuze; vgl. Huygens
v. 10.
hebdy: hebt gij.
geen van tween: nl. a) geen keuze
en dus geen angst; b) geen van de ‘Twee sprekende Magneten’,
Huygens v. 3.
6En... vreen: elliptische zin:
mogelijke aanvulling: En echter zijt gij niet te
vreen.
echter: toch.
te vreen: tevreden.
7verheven swier: t.w. zwevende positie;
zwevende: t.w. los van de aarde.
ongevallich weesen: nl. in
een onveranderlijke benarde positie zijn; ongevallich: onaangenaam
( x, 1671); tevens woordspeling met ‘niet kunnende vallen’
( xviii, 343 sv. vallig); vgl. Huygens v. 3.
weesen,: lees
hierachter een punt.
9 gins en weder drift: de begeerte heen
en weer te gaan; vgl. Huygens v. 9; drift: krachtige begeerte
( iii, 3330).
u vertast: misgrijpt; in verhevigde vorm: met
ongeoorloofde middelen contact zoekt met vrouwen ( xx/ ii,
986).
10U:
uw.
houdt(...) vast: houdt gevangen ( xviii, 782);
daarnaast ook: doordat de toegesprokene twijfelt, blijft hij in
evenwicht.
11Onvastaert: onstandvastige;
woordspeling met Vastaert, variant van Constanter/Constantijn.
roert u
niet: vgl. Huygens v. 11; imperatief.
12strax: opeens
( xv, 2109).
13proffet: lees: profeet.
nimmer
vals proffet: vgl. Huygens v. 1 en 18.
in 't gewicht: in
evenwicht ( iv, 2081).
|
|