|
|
|
| |
| | | |
21 Die Rejsen wil op aerdt, hoe sterker hoe bequamer (ten
laatste 1646)
De bekende metafoor van de levensgang als reis krijgt in dit gedicht
een geheel eigen invulling door de toespitsing op een reis naar Italië,
het ideale reisdoel in de renaissance.
Chi per haver Salut hebbi Tormento, Et breve guerra per
Eterna pace
opschrift.
Die Rejsen wil op aerdt, hoe sterker hoe bequamer
1
Maer dese rejs te doen hoe sieker aengenaemer
2,
Nae 't hogh' Italia, daer nimmermeer verminckt
3,
Iet wat te voorschijn komt dat in Zyn aerde sinckt
4
5
Maer met syn volle lee'n herbooren om te hooren
5,
Ghij hebt mijn Rijck bemint, Ick heb u uytverkooren
Daer 't pat soo engh af is, en 't buyten spoor soo breet
7,
Nu komt het welcom swack, en maeck mij bett gereet
8
Om deese wech te doen, met leenen hellen rusten
9
10
En kan ick niet te voet, 't sal mij te kruijpen lusten,
Soo Lief is mij dees last die 'k nauw volvoeren kan
11
Doch Ruylden daer geen Rust van Sadtheyts weelden an
12
Hoe luckbaer datse schynt, ock sal mij min verdrietten
13
'T willich onbeeren, als 't onwilligh genietten
14,
15
Van Legelycker wegh, daer 't nimmer kon geschien
15
Dat ic het Eeuwich Honck van deese reys souw sien.
16
| | | | Naar het handschrift van Tesselschade Roemers.
ub Amsterdam, II C 9, nummer 34 achterin.
| |
Verantwoording
Er is een moeilijke lezing in v. 3 (Italia): waarschijnlijk
staat over of pal naast een /j/ een /E/, wat zou kunnen betekenen dat de
dichter ‘jEtalia’ dwz. ‘ietalia’ schreef. Wij kiezen
voor de weergave met /I/, wat aansluit bij de moderne spelling van
Italië.
Een inktvlek na ‘onwilligh’ (v. 14) maakt het
onmogelijk te bepalen of de /e/ daaronder is doorgeschrapt: willich en
onwilligh benadrukken de antimetrie in het vers.
De tweede regel van het opschrift sprong in. De /u/ is aangepast
in haver en breve (opschrift) en de /j/ in Iet (v. 4) en
Ick (v. 6), omdat een /j/ daar het lezen kan bemoeilijken; ‘vol
voeren’ (v. 11) is aaneen geschreven. De losse /t/ is aangevuld met een
apostrof in 't (v. 14).
In v. 15 leest Worp (1918: 239) ‘segelycker’.
In de tekstweergave zijn de versregels onder de ondertekening
weggelaten; Strengholt (1987: 118) zegt niet te weten of ze van Tesselschade
Roemers zijn; Van der Blom beschouwt de regels als een variant (1990: 153).
| | | |
| |
Diplomatische transcriptie
Chi per hauer Salut hebbi Tormento, Et breue guerra per
Eterna pace.
Die Rejsen wil op aerdt, hoe sterker hoe bequamer
Maer dese rejs te doen hoe S/sieker aengenaemer,
Nae 't hogh' [j+]<E>talia, daer nimmermeer verminckt,
Jet wat te voorschijn komt dat in Zyn aerde S/sinckt
Maer met syn volle lee'n herbooren om te hooren,
Ghij hebt mijn Rijck bemint. [i+]<J>ck heb u
uytverkooren
Daer 't pat soo engh af is, en 't buyten spoor soo breet,
Nu komt het welcom S/swack, en maeck mij be[*.*+]<t>t
gereet *,*
Om deese wech te doen, met leenen hellen rusten
En kan ick niet te voet, 't S/sal mij te kruijpen lusten,
Soo Lief is my dees [-wegh]<last> die 'k nauw vol voeren
kan
Doch Ruylden daer geen Rust van Sa[t+]<d>theyts weelden
an
Hoe luckbaer datse S/schynt, ock sal mij min verdrietten
'T willich onbeeren, als t onwilligh*e* genietten,
Van Legelycker wegh, daer 't nimmer kon geschien
Dat ic het Eeuwich Honck van deese reys souw S/sien*.*
die Reysen wil verEyst gesontheyt, dats niet wonder,
// onse Reys te doen hoe siecker hoe gesonder
| [ +] |
hieroverheen is < > geschreven |
| * * |
onzekere letter |
| *.* |
onduidelijke lezing |
| [- ] |
doorgeschrapt en vervangen door < > |
| -< >- |
onder de regel toegevoegd |
| // |
beschadiging van het handschrift |
| |
Notities
Het opschrift is een citaat uit een sonnet van Petrarca, In
morte di M. Laura (v. 3 en 4). De eerste strofe daarvan luidt:
Come va'l mondo! or mi diletta, e piace
Quel che più mi dispiacque: or veggio, e sento
Che per aver salute ebbi tormento
E breve guerra per eterna pace.
De vertaling van J.F.M. Sterck (1923: 37) hiervan is: ‘O, 's
wereld loop! nu behaagt mij en word ik bevredigd door wat mij het meest
mishaagde! nu zie en voel ik dat ik om het heil te verkrijgen moet lijden, en
een korte strijd voor een eeuwige vrede moet voeren.’ De door de
gehele tekst volgehouden beeldspraak is op verschillende wijzen te duiden.
Strengholt (1987) ziet de reis naar 't hogh' Italia als de levensweg van
de christen naar het koninkrijk van God, dat aan het einde der tijden tot de
opstanding van de mensen naar lichaam en geest zal leiden. Het is ook mogelijk
de reis te duiden als de laatste fase van het menselijk leven. Deze
interpretatie kan steunen op de eerste verzen van het gedicht waar de reis
aangenamer is naarmate men zieker is. Het vooruitzicht van de dood blijkt een
zieke de troost te | | | | kunnen geven van een spoedige wederopstanding.
De wederopstanding die voor de mensen op aarde nog in een (ver) verschiet ligt,
wordt voor gestorvenen naar bepaalde theologische bijbelinterpretaties al
direct bij hun overlijden een feit. 1/2 antithese tussen
Rejsen op aerdt en dese rejs; dit maakt direct duidelijk
dat er geen sprake is van een gewone reis; de versregels hebben een parallelle
opbouw, wat de aanvulling tot ‘hoe aengenaemer’ in v. 2 verantwoord
maakt. 3 't hogh' Italia: Italië
was in de zeventiende eeuw een geliefd reisdoel als centrum van cultuur en
wetenschappen. Voor veel mannen gold dat hun opvoeding pas voltooid geacht werd
na een Italiaanse reis. Als vrouw kon
Tesselschade Roemers deze reis niet
maken. De tocht naar het andere Italië gaat ieder mens.
3/4 nimmermeer verminckt Iet wat te voorschijn
komt: het is mogelijk ook hier een tegenstelling te zien tot het aardse
Italië waar archeologische opgravingen werden verricht. Daarbij kwamen
echter alleen geschonden schatten uit de oudheid te voorschijn (Strengholt
1987: nt.22). 7 een verwijzing naar de smalle en de brede
weg; vgl. Matteüs 7: 13-4. 8 het
welcom swack: paradox. 9 met leenen hellen
rusten: asyndetische enumeratie; het weglaten van het voegwoord zorgt ook
hier voor bondigheid; als er sprake is van een climax dan moet rusten
negatief geduid worden als de momenten waarop men onmachtig is de reis voort te
zetten. 11 last: het doorgestreepte wegh
zou de beeldspraak van de reis krachtiger ondersteund hebben. Met dit woord is
gekozen voor de alliteratie Lief en last.
14 'T willich onbeeren geeft met 't onwillighe
genietten een antithetisch parallellisme.
16 Honck: In de Sinnepoppen
van
Roemer Visscherstaat een prent, waarop
ballen naar een honk geworpen worden. Het prozabijschrift luidt: ‘Alle
menschen loopen na een Honck (...) d'een wat vroegher, d'ander wat laetter, het
moet alle door den tijdt nae het Punt van de doodt.’ Anna Roemers maakte
bij deze afbeelding het distichon:
‘Door duyzent moeyelijckheen ons levens speelgenoots,
Elck met geswinden loop spoeyt nae het honck des
doodts.’
Het woord Honck als einddoel en levenseinde moet de dichter
van huis uit vertrouwd geweest zijn. De positieve connotatie als 't hogh'
Italia is haar eigen invulling.
| |
Korte inhoud
Voor degene die een aardse reis gaat maken geldt dat gezondheid en
kracht belangrijk zijn. De reis naar het einde van het leven maakt men echter
gemakkelijker als men ziek is. De belofte van de wedergeboorte naar lichaam en
geest geeft zoveel troost, dat deze weg minder zwaar valt dan een moeiteloze
tocht die niet naar het koninkrijk van God leidt.
| |
Achtergrond
De christelijke voorstelling van de wederopstanding naar lichaam
en geest is eveneens het thema in een ander gedicht van Tesselschade Roemers,
Ghelijck als Onder 't Juck van sinne slavernijen (gedicht 2).
| |
datering ten laatste 1646
De achterzijde van het blad waarop het handschrift staat, is door
P.C. Hooft in 1646 gebruikt om verder te schrijven aan zijn
Historien.
|
opschrift(nu zie en voel ik) dat ik om het
heil te verkrijgen moet lijden, en een korte strijd voor een eeuwige vrede moet
voeren.
1Die...aerdt: elliptische zin;
mogelijke aanvulling: Voor Die Rejsen wil op
aerdtgeldt...
Die: wie.
2Maer...doen: elliptische zin;
mogelijke aanvulling: Maer om dese rejs te
doengeldt...
dese rejs: t.w. Nae 't hogh' Italia
v. 3.
hoe sieker aengenaemer: elliptisch: hoe sieker,
hoe...
3't hogh' Italia: in tegenstelling tot
het aardse Italië, het reisdoel van veel 17de-eeuwse mannen van kunst en
wetenschap.
daer: waar.
5daer...herbooren: moeilijk taalkundig
te duiden; Strengholt leest: waar iets dat in zijn aarde zinkt, nooit verminkt
weer te voorschijn komt, maar herboren met een geheel gaaf
lichaam.
hooren: lees hierachter een dubbele punt.
7Daer...breet: bijv.bijzin bij mijn
Rijck v. 6; Daer... af: waarvan
( iii, 2192); en...breet: samentrekking op: Daer... af
is; buyten spoor: weg in een andere richting.
8welkom swack: welkome
zwakte.
maeck: persoonsvorm bij verzwegen ond.
‘ik’.
bett: beter.
9leenen: leunen.
hellen:
wankelen ( vi, 517).
rusten: lees hierachter een
punt.
12Doch:
toch.
Ruylden(...) an: zou ruilen voor (naar i, 19 sv.
aan); persoonsvorm bij verzwegen ond. ‘ik’.
13luckbaer: gelukbrengend
( viii, 3306 sv. luk). - se: t.w. rust van Sadtheyts
weelden v. 12.
min: minder.
15Legelycker: moeitelozer
( viii, 1221 sv. ledig).
daer: waar.
geschien:
geschieden.
16Honck: einddoel
( vi, 934).
|
|