Achtergrond
Het versje van Huygens waarop de dichter reageert luidt:
Verstaet ghij 't, Tesselscha?
Uw aensicht is aen stucken;
Ten minsten leert hier na
Aen beelden niet te bucken.
Uit
Constantijn Huygens De
gedichten deel 3, p.177.
Deze tekst is een reactie op het bericht dat
Tesselschade Roemers in een smidse
gewond was geraakt door een vonk van het aambeeld die in haar oog terecht was
gekomen. Huygens maakt een woordspel met ‘(aam)beeld’. De door
protestanten veronderstelde beeldendienst in de katholieke kerk is zijn
uitgangspunt. In haar gedicht gaat Tesselschade Roemers niet op dit thema
in.
Op 6 april 1642 stuurt
Caspar Barlaeus het antwoord van Roemers
door aan Huygens. De aanhef Zijn reeden wordt bij Barlaeus ‘V
reeden’, een klein bewijs van het feit dat een dichttekst niet werd
gezien als een zo individuele tekst dat daarin - vanuit een andere context -
niets veranderd mocht worden.