De gedichten


auteur: Maria Tesselschade Roemers Visscher


bron: A. Agnes Sneller en Olga van Marion (ed.), De gedichten van Tesselschade Roemers. Verloren, Hilversum 1994  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 146]

Italiaanse gedichten

33 Pensando aij suui filia si gravi e tanti (1634)

Dit Italiaanse gedicht dateert van de eerste dagen na het overlijden van de negenjarige dochter Taddea en de echtgenoot van de dichter.

 
Pensando aij suui filia si gravi e tanti
 
Geme in un mormorio flebile e fioco
 
Si distempra in sospir, si stilla in piante
 
E giace in ghiaccio, e si disfoga in foco
5
E poij l'Altire Cor non maij tremante
 
Ne trova al gran martier requie, ne loco
 
E si forte è l'affanno, e si possente
 
Chi le Corde del Cor Spezzar si sente.
 
Questo E l'adviso
 
del Sagace D. Pavoni
[p. 147]

Vertalingen

 
Denkend aan de geleerden, dochter, zo diepzinnig en talrijk
 
klaagt in een droevig en zacht geruis
 
ontlaadt zich in zuchten, druppelt in tranen
 
en ligt in ijs, en uit zich in vuur
 
en daarna vindt het trotse hart dat nooit beeft
 
in het grote lijden geen rust, noch plaats
 
En zo sterk en machtig is de droefheid
 
Voor wie voelt dat de banden van het hart bij hem breken.
 
 
 
Dat is de raad van de wijze Dr Pauw.
 
 
 
Uit P.C. Hooft De briefwisseling ii. Ed.H.W. van Tricht, p.986.
 
't Ghedencken van sijn Dochter quam hem d'ademtoght beletten;
 
Hij kerremde in sijn anghst met swack en pijnlijck stenen;
 
In suchten gingh hy op en smolt wegh in het weenen;
 
Verstijfde tot ijs en vondt verluchtinghe in de hette;
 
Soo dat het edel herte, dat noyt van beven en wist voorhenen,
 
Gheen rust vondt, en sijn leedt ter gheener plaets meer kon versetten.
 
Soo hevigh was de slagh, dat alle crachten hem besweecken,
 
En het hert syne snaren in de spanningh voelde breken.
 
 
 
Uit J. Alberdingk Thym, ‘Min bekende vaersjens van Mr. Roemer van Wesel, en een paar onuitgegevene van Maria Tesselschade’ in De Dietsche Warande, Nieuwe reeks 1 (1876), p.596.
[p. 148]

Naar het handschrift van Tesselschade Roemers. ub Leiden, Pap. 2 (Visscher).

Verantwoording

Het eerste vers is problematisch. Er bestaan verschillende lezingen:
1   Alberd.Thym (1876: 596): Pensando aij suui filia si grave e tanti.
2   Worp (1918: 133): Pensando ay suoi filia si gravi e tanti.
3   Van Tricht/Musarra (Hooft De briefwisseling ii, p.986): Pensando aij savi figlia si gravi e tanti.
Thyms lezing (suui) is op zich genomen juist; het probleem is echter dat dit woord in het Italiaans geen betekenis heeft.

Thym vertaalde dan ook heel vrij: ‘'t Ghedencken van sijn Dochter’; alsof er in het Italiaans zou staan: ‘Pensando a sua figlia’.

De versregel krijgt wél zin als men (met Worp) leest Pensando ai suoi (= denkend aan de zijnen) of (met Van Tricht/Musarra) Pensando ai savi (=denkend aan de wijzen). In beide gevallen is filia geen voorzetsel voorwerp (zoals bij Thym), maar vocativus; de dichter spreekt dan haar dochter toe.

Beide oplossingen zijn echter problematisch: ai suoi staat er eenvoudigweg niet; en ai savi (dat er eventueel zou kúnnen staan) levert inhoudelijke problemen op.

Volgens Molkenboer (1919-20: 148) is tanti (v. 1) een verschrijving voor ‘tante’, en Chi(v. 8) voor ‘Che’.

In de tekstweergave is de /u/ weergegeven als /v/ in gravi (v. 1) en Pavoni (v. 10), de /v/ als /u/ in un (v. 2)

Diplomatische transcriptie

 
Pensando aij suui filia si graui e tanti
 
geme in vn mormorio flebile e fioco
 
si distempra in sospir, si stilla in piante
 
E giace in ghiaccio, e si disfoga in foco
 
E poij l'Altire Cor non maij tremante
 
ne trova al gran martier requie, ne loco
 
E si forte e l'affanno, e si possente
 
Chi le Corde del Cor Spezzar si sente.
 
Questo E l'adviso
 
del Sagace D. Pauoni

Notities

Het gedicht is geschreven in de Italiaanse ottava rima. Deze heeft acht regels van elk elf lettergrepen met het rijmschema abababcc. Deze dichtvorm, die in Italië bij voorkeur werd gebruikt voor het heldendicht, was Tesselschade Roemers uitermate vertrouwd vanwege haar vertaling van Tasso's Gerusalemme liberata (zie gedicht 19).
Molkenboer (1919/20: 148) geeft als commentaar dat zij zich zuiver en welluidend uitdrukt en zelfs woordspelingen aandurft:

 
Giace in ghiaccio e si disfoga in foco

en

 
Chi le corde del cor spezzar si sente

Korte inhoud

De dichter legt uit dat de vader direct na het overlijden van zijn dochter van verdriet om haar verlies is gestorven.

[p. 149]

Achtergrond

Het gedicht staat achter een brief die Tesselschade Roemers zond aan P.C. Hooft, door hem gedateerd ‘Ontfangen op den h. te Mujden, 15 Juny 1634’ (brief 636). Enkele dagen daarvoor, op 28 mei, was haar dochter Taddea, ‘Teetje’, op negenjarige leeftijd ‘aen de poxkens’ overleden. Binnen het etmaal stierf ook de vader, Allert Crombalgh. Beiden werden begraven op 29 mei.

Dokter J. Pauw was de vriend en huisarts van de familie te Alkmaar.

Dat de dichter zich in deze omstandigheden van het Italiaans bedient, maakt duidelijk hoe vertrouwd zij moet zijn geweest met het dichten in deze taal.

datering 1634

naar brief 636 van P.C. Hooft.