De gedichten


auteur: Maria Tesselschade Roemers Visscher


bron: A. Agnes Sneller en Olga van Marion (ed.), De gedichten van Tesselschade Roemers. Verloren, Hilversum 1994  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 150]

34 Qual per le terre Phrygie, gia beata (1638)

De Franse koningin-moeder Maria de Medicis bracht in 1638 een bezoek aan Amsterdam.

 
IN HONORE della Christianissima Regina MARIA DE MEDICI.
 
alla entrata sua felice nella Cittá D'AMSTERODAMO.
 
 
 
Qual per le terre Phrygie, gia beata
 
Si vidde andar la Madre delli Dei;
 
Tal per Ollanda passi hor adorata,
 
MARIA Augusta: Augusta piu di lei,
5
Quanto di piu gran Genitori nata
 
Di veri numi il secol nostro bei.
 
Aggradi alta Regina i bassi honori.
 
Che cosi suole il Ciel, mirando a i cuori.
 
 
 
tesselscha.
[p. 151]

Het gedicht is als volgt vertaald door J.A. Alberdingk Thijm:

 
Ter eere van de allerchristelijkste Koningin Maria van Medicis, bij hare blijde inkomste ter stede van Amsterdam.
 
 
 
Als eens, voor het volk, in de frygische streken
 
De zalige moeder der Goôn trok voorbij,
 
Zoo ging thands door Holland, bij 't huldegroetspreken,
 
Doorluchte Maria. Doorluchtre dan zij,
 
Naar grootere goden uw vaderen bleken,
 
Zoo zegent ge onze eeuw met een Godhedenrij.
 
Neem, hooge Vorstin, onze needrige hulde:
 
Zoo deed steeds de Hemel, die 't harte vervulde.
 
 
 
Uit Worp (1918: 179).



illustratie

Vertoning in de poort op de Varkensluis van Maria de Medicis als Berecynthia op haar wagen. Uit D.P. Snoep, Praal en propaganda, Triumfalia in de Noordelijke Nederlanden in de 16de en 17de eeuw. Alphen aan den Rijn, 1975, p. 51.


[p. 152]

Naar de eerste druk. Plano. ub Amsterdam, Port. Vondel c 8a.

Verantwoording

QVal' (v. 1) is geschreven Qual.

Notities

Het gedicht is geschreven in ottava rima (zie gedicht 33). Het opschrift spreekt van alla entrata sua felice. De vertaling van Alberdingk Thym geeft dit weer met ‘bij hare blijde inkomste’. Deze woordkeuze toont de hoge achting die men in de zeventiende eeuw voor Maria de Medicis had. Het woord ‘inkomste’ en nog meer de woordgroep ‘blijde inkomste’ werd gebruikt voor de intocht en ontvangst van een vorst in haar of zijn eigen gebied (vi, 1730).

Korte inhoud

Maria de Medicis wordt toegesproken: zoals eens Berecynthia, de moeder der Goden door Frygië (Klein-Azië) trok, zo trekt nu Maria de Medicis (moeder van een koning, en schoonmoeder van drie vorsten) door Holland. Zij overtreft zelfs de godenmoeder door de voortreffelijkheid van haar voor- en nageslacht.

Achtergrond

Het gedicht is een verkorte bewerking van een vertaling van een van de Latijnse gedichten die Caspar Barlaeus ter opluistering van de feestelijkheden schreef. Hij moest het aan Tesselschade Roemers overlaten zijn gedicht in het Italiaans te herdichten, omdat hij zelf de in die tijd zeer gewaardeerde literaire taal, het Italiaans, niet machtig was (Molkenboer 1919/20: 220).

De aanleiding voor het gedicht vormde het plechtige bezoek van de Franse koningin-moeder Maria de Medicis (1573-1642) aan Amsterdam van 1 tot 5 september 1638. Zij kreeg een groots onthaal. In de poort op de Varkenssluis werd een ‘stomme vertoning’ opgesteld waar Maria de Medicis als Berecynthia (of Cybele) werd voorgesteld. De dichter prijst haar boven de moeder der goden. Zij heeft (als dochter van Johanna, aartshertogin van Oostenrijk, en Frans ii, groothertog van Toscane) een illuster voorgeslacht. Daarenboven waren haar dochters Henriëtte Maria, Elisabeth en Christina getrouwd met koning Kareli van Engeland, koning Filips ivvan Spanje en hertog Victor Amadeus van Savoye. Ook was zij de moeder van de Franse koning Lodewijk xiii. In het gedicht wordt gezwegen over de penibele situatie waarin Maria de Medicis zich bevond. Zij was naar de Republiek gekomen om de hulp van de Staten in te roepen bij een conflict tussen haar en haar zoon. Het bezoek heeft evenwel niet het gewenste resultaat gehad.

Tesselschade Roemers moet ook een Nederlands gedicht aan haar bezoek hebben gewijd blijkens een brief van P.C. Hooft (De briefwisseling, brief 929). Dit is verloren geraakt.

Zowel het gedicht van Barlaeus als de versie van Roemers hadden veel succes. Jacob van der Burgh, die de feestelijkheden bijwoonde, schreef aan Huygens: ‘Grand' quantité de vers fust faicte à sa louange, dont ceux de Tesselscha e Barlaeus sont en approbation.’ (Hooft De briefwisseling iii, p.807).

 

Bij de tekst van Tesselschade Roemers is op dezelfde plano een Nederlands gedichtje van Joost van den Vondel afgedrukt.

[p. 153]
 
WELLEKOMST van MARIE DE MEDICI.
 
amsterdam spreeckt.
 
 
 
Met welck een offerhand zal ick den hemel dancken,
 
Dat my bezoecken koomt de grootste koningin,
 
Die beide weerelden beschaduwt met haer rancken,
 
En my een voorspraeck streckte en trouwe noodvriendin,
 
By Vader en by Zoon, in haere heerschappye?
 
Weest overwellekoom, gezegende marye.
 
 
 
I.V. Vondel.
 
 
 
Naar de eerste druk. ub Amsterdam, Port. Vondel c 8a.

datering 1638

naar het bezoek van Maria de Medicis aan Amsterdam in 1638.