over DBNL
auteursrecht en copyright
bestuur, medewerkers en adviescommissies
adressen
stages
nieuws
nieuwsbrief
Nederlandse literatuur
auteurs
beschikbare titels
Middeleeuwen
Gouden eeuw
Achttiende eeuw
Negentiende eeuw
Twintigste eeuw
Eenentwintigste eeuw
tijdschriften/jaarboeken
onze kinderboeken
buitengaats
Friese literatuur
Surinaamse literatuur
gescande titels
Nederlandse taal
woorden
etymologie
zinnen
klanken
betekenis
vormen
normen
taalbeheersing
historische taalkunde
taalverwerving en psycholinguïstiek
sociolinguïstiek
dialectologie
Nederlands als tweede taal
taaldidactiek
atlas voor de Nederlandse taal en literatuur
basisbibliotheek
tijdschriftenladder
literatuurgeschiedenis.nl
de langste dag
auteurs: overzichten
titels: overzichten
organisaties: overzichten
naslagwerken
audio
thema's
zoeken in de hele website
zoeken in teksten
auteur: J.A. Worp
editeur: J.A. Worp
bron: Maria Tesselschade en anderen, Een onwaerdeerlycke Vrouw. Brieven en verzen van en aan Maria Tesselschade (ed. J.A. Worp). HES, Utrecht 1976
verantwoording
inhoudsopgave
doorzoek de hele tekst
downloads
Maria Tesselschade en anderen
editie J.A. Worp
Voorbericht.
Hoc extremum munus morientis habeto .
Inleiding.
I. O Parl en Puyck der Vrouwen ! En bloem van onse tijd . Bredero .
II. Tesselschade , Die uw gade , Niet te spade Niet te vroeg , Hebt gevonden . Huygens .
III. Elck syn waerom . Tesselschade .
IV. A demain les affaires . Hooft .
V. O Lofrijck keeltjen ! Hooft .
VI. Het bloed van vrienden kruypt daer 't niet en weet te gaen , TBloed van een vader springt, daer 't niet en weet te kruypen . Huygens .
VII. Faites avec les fleurs renaistre les amours . Hooft .
VIII. Rozemondt, hoor je speelen nocht zingen ? Hooft .
IX. Hij stel syn leed te boeck , zoo heeft hij 't niet t' onthouwen . Tesselschade .
X. Geluckige Sale, daer 't Weeuwtjen in spoockt . Van Baerle .
XI. Sachte Sedeles . Tesselschade .
XII. Euscbia, nu treck op Godts basuinen , Met my, niet om den Jerichooschen muur ; Maer om de stadt, die met haer seven kruinen De donders tartte, en terghde al 't blixemvuur . Vondel .
XIII. Is Tessel op het padt nae Romen van Geneven ? Huygens .
XIV. Beroemde, maer eilaes! be Roomde Tesselscha . Huygens .
XV. Komt, Tessel, uyt de Miss en uyt het misverstant . Huygens .
XVI. Iam cum Jesuitis nobis res est. . Barlaeus .
XVII. Laet niemand sich vermeten , Haer' onwaer deer lickheit in woorden uyttemeten : All watmen vande sonn kan seggen gaet haer af . Huygens .
Bijlagen.
Aanwijzing van de gedichten en brieven van Tesselschade.
Register op de eigennamen.