terug  begin  verderprepost
[p. 351]

Bijlagen.

[p. 353]

I. Volmacht voor Pieter Roemer Visschers.

23 Juni 1620, compareerden voor Jacob Meerhout, notaris te Amsterdam, en ter presentie van Nicolaes van Buyl, brouwer binnen dezer stede, als man ende vooght van Tryntchen (sic) Visschers, mitsgaders Annitgen Visschers ende Tesselschade Visschers, beyde noch ongehuwt, synde alle kinderen ende erfgenamen van wylen Roemer Visscher, geassisteert zijnde de voorn. Annitgen ende Tesselschade Visschers, met Nicolaes van Buyl, hare zwager en gecoren vooght, machtigen Pieter Visscher haer broeder, mede erfgenaem van voorn. Roemer Visscher, om te compareeren voor Dijkgraaf ende Heemraden van de Sype, voor transport van een stuck landt aen den Raetsheer Ellert de Veer, ende Jan Pietersz Harinckman, gelegen bij de groote weyde .... enz. (Notaris-archief te Amsterdam).

II. Volmacht voor overdracht van grond in de Zijp (1622)1)

Op huyden den 14 November 1622 compareerden voor mij Jacob Meerhout en ter presentie van de eersame Nicolaes Buyl als man en voocht van Truytgen Visschers, mitsgaders Annetgen, Tesselscha ende Pieter Visscher, ende hebben inder beste en bestendigsten forme ende na style van rechte geconstitueerd en machtig gemaekt, constitueeren ende maecken machtig mits deze Servaes Brasser, penningmeester van de Sype, special omme uyten name van hen comparanten en van heurlieder twegen te compareeren voor Dijkgraaf en Heemraden van de Sype, aldaar ten behoeve van hooftingelanden oft dergenen die deselve ordonneeren sullen, te transporteeren ende op te dragen hondert ses roeden ende acht voeten landt gelegen inde polder vande groote I in de Syp voorsz en welke gebruikt zullen worden tot een woonplaatse voor een predicant aldaer, tot dien einde daervan te verbeyden en passeeren behoorlyke

[p. 354]

brieven van opdrachte en quytscheldinge naer costume aldaer geobserveert ende verder dienaangaande alles meer te doen ende procureren, wes sy constituanten selffs present synde souden connen en mogen doen, alwaert dat oock mocht een ofte meer in syne stede ter fine voorsz. substitueeren, enz.

(Geteekend door Anna, Pieter en Tesselschade Visscher en Nicolaes van Buyl).

III. Huwelijksche voorwaarden tusschen A. Crombalch en tesselscha roemers (1623)1).

In den naeme des Almachtighen Amen. By desen openbaren Instrumente zij kennelijck, dat in den Jare ons Heeren XVI dryentwingh, den negenentwichtichsten Octobris, Compareerden voor mij, Salomon Henrix, Secretaris der Stadt Amsterdamme ende Notaris publicq, bijden Hove van Hollant geadmitteert, ende den naergenoemden getuygen, d'eersame Sr Allert Jansz Crombalch, Jongman, toecomende Bruydegom, verselschapt met d'eersaemen Dirck Jansz. Quintingh, sijn Swager, ende d'Heer Jacob Bicker, Rekenmr. deser stede, sijn Cosijn2) ter eenre, Ende d'eerbare Tesselscha Roemers, Jongedochter, toecomende Bruydt, geassisteert met d'eersaeme Nicolaesvan Buyl, haren swager, ende d'eersame Cornelis van Campen3), haren Cosyn, ter andere syden, verclarende de voorsz. Allert Jansz. Crombalch ende Tesselscha Roemers dochter, dat zij beyde, vrij ende ongebonden synde, metten anderen tot Godes eere ende t' hunder sielen salicheydt, besloten waren een wettelyck huwelyck aen te gaen, ende dat op de conditien ende voorwaarden, voor bande van huwelijck besproken ende geconditioneert als volght:

[p. 355]

Eerstelyck zullen de voorsz. Conthoralen, tot onderstande van desen toecomende huwelijcke, Inbrengen, ende brengen Inne mit deesen, aen wedersyden, alsulcke goederen als gementionneert zullen staen in sekere twee alleensluydende notulen, die by hun daer van apart gemaakt ende onderteeckent zullen worden, daer toe zy hun refereren, ende willen d'selve van alsulcken waerde gehouden te worden, als oft den Inhouden van dyen by dezen behoorlijck ware gementionneert, met voorsz. conditie, dat by versterve van een van de voorsz. Conthoralen, 't zy daer kint oft kinderen, by desen huwelycke gewonnen, naergelaten syn oft nyet, de goederen als voren In desen huwelyke gebracht, met de gene die staende huwelyck by erffenisse zullen syn aengecomen, altoos wederom zullen gaen, erven ende succederen aen de syde ende linie, daer die van daen gecomen zijn geweest, zulcx dat bij versterven van een der voorsz. kinderen, d'ander kindt oft kinderen, bij 't leven synde, erfgenaemen daer van sullen zyn, tot den laetsten kinde toe, ende het laetste kindt mede overlydende, alle sonder bekende blijvende geboorte naer te laten, zullen des laetst afghestorven kints goederen mede gaen ende succederen aen de syde, daer die van daen gecomen syn, sonder daer van te mogen versterven In eeniger manyeren; Gaende voorts mede winst en verlies, staende huwelyck gevallen, aen elcx syde halft ende halft, Erffenisse ende bestervenisse voor geen winst gereeckent synde, als boven. Ende is mede ondersproken, Indyen de voorsz. Sr Albert Jansz Crombalch, toecomende Bruydegom, quame te overlyden voor de voorsz. Tesselscha Roemers, toecomde Bruydt, sonder kint oft kinderen, In desen huwelycke geprocreert te hebben nagelaten, dat de voorsz. Tesselscha Roemers tot een duarie oft benefitie des huwelycx, uyt de gereetste goederen van de voorsz. Allert Jansz Crombalch, sal verbetert syn ende genyeten de somme van vier duysent Carolus gulden eens. Ende zullen voorts de cleederen, Juweelen ende cleynodien van Ringen, silver ende gout, sonder tegendeelinge bij allen gevalle van sterven, gaen aen de zyde van den genen, tot wyersLyve die behoort sullen hebben. Alles ter goeder trouwen, versoeckende aen my Notario hier van Notule gehouden, ende hun behoorlycke Instrumenten gemaeckt, ende gelevert te worden. Actum t' Amsterdamme, ten huyse van de voorsz. Tesselscha Roemers, staende op de Geldersze Kaa. Ende hebben de voorsz. Assistenten als getuygen mede ten protocolle myns notary beneffens den Conthoralen onderteyckent,

(Zegel)

Quod attestor rogatus et requisitus, S. Henrix, Not. Pubs.

[p. 356]

IV. 1625 Januari 21.
Wederzijdsch testament van Crombalg en Tesselschade1).

In den name des Heeren Amen. Condt ende kennelick zij eenen ijegelicken, die dit jegen woordich instrument sullen sien off hooren leesen, dat inden jare der geboorte desselffs ons Heeren ende Salichmakers Jesu Christi Sestien hondert vijff ende twintich, inde achtste indictie op ten xxjen dach Januarij, s'avonts de clocke omtrent seven uren, regnerende die alder doorluchtichste ende hoochgeboorenste Heeren Heere Ferdinandus bij de gratie Goodts, die tweede gecooren keijser vandier name int seste jare sijns keij:e ma:ts electie voor mij Cornelis Jansz Baert openbaer Notaris, bij den Hove van Hollant geadmitteert, binnen der stede Alcmaer residerende, ende den getuijgen naergenoempt gecomen ende gecompareert sijn, d' eersame Allert Jansz Crombalch ende d'eerbare Jouffre Tescelscha Roemersdr geechte man ende wijff, woonende binnen deser stede, mij notaris wel bekent, gaende ende staende, haerluijder redenen, memorie ende verstant, wel ende volcomentlijck gebruijckende, soo claerlijck bleeck, Ende hebben sonder ijemants sinistre inductie, uijt haerluijder vrije wille ende voorbedachten gemoede soo sij selffs verclaerden, haer respective testament ende uijterste wille, gemaect, geordonneert ende gedisponeert, in manieren hier naer verclaert. Eerst haere sielen bevelende Godt den Heere Almachtich, ende hare lichamen de christelijcke begravinge, heeft d' voornoemde Allert Jansz Crombalch gerevoceert, gecasseert, doot ende te niete gedaen, sulcx hij doet bij desen alle alsulcke testamenten, codicillen, ofte andere uijterste willen als hij voor data deses eenichsints gemaeckt ende gepasseert heeft gehadt, hebbende voorts d' voornoemde testateuren, geapprobeert ende geratificeert approberen ende ratificeren bij desen, de huwelicxe voorwaerden, tusschen henluijden voort solempniseren van hare huwelick, opten xxixen October xvjc drie ende twintich voor Salomon Heijndricxsz Notaris te Amsterdam2), ende sekere getuijgen gepasseert, ende comende onvermindert d' voorseide huwelicxse voorwaerden (voor soo vele d' selve bij desen niet en wert gealtereert) tot dispositie van hare goederen, heeft d' voornoemde Allert Jansz Crombalch (ingevallen hij comt te overlijden sonder kint, kin-

[p. 357]

deren ofte verder desendenten nae te laten) d' voornoemde Texelscha Roemers sijne huijsvrouw haer leven lanck geduijrende, gemaect, gelegateert ende besproocken, sulcx hij doet bij desen den usucfruct, lijftocht ende het vruchtgebruijck van alle de goederen roerende ende onroerende gheen uijtgesondert, die hij ongedisponeert metter doot ontruijmen ende achter laten sal, waer onder hij testateur verstaet, oock begrepen te sijn de goederen die Dirck Jansz Quintingh sijne schoonbroeder, van sijn huijsvrouw Teet Jansdochter zaliger in lijftocht is besittende in dien den selven Quintingh, voorde voornoemde Texelscha Roemers mochte comen overlijden, instituerende ende nominerende voorts hij testateur inden voorschreven gevalle tot sijne universele erffgenamen in d' een helft vande voorschreven sijne ongedisponeerde goederen Aeffgen Jacobs, Grietje Pieters Grol, Thomas Sammer, Jacob Sammer ende Allert Sammer, elck voor een vijffde paert, ende in d'ander helft vande selve goederen de kinderen van Louris Baertsz Rijser, de kinderen van Claes Cornelisz laken bereijder, de kinderen van Heijndrick Gerritsz Huijdecooper, de kinderen van Jan Gerritsz Janvaar, ende de kinderen van Lambert Willemsz Selkaert, te samen hooft voor hooft ende met gelijcke portien, prelegaterende hij testateur Jannitgen Claes de dochter vande voornoemde Claes Cornelisz laken bereijder, een stucke lants gelegen int lant van over ‘D’, gecomen van d' erffgenamen van Coomen Ruijch, ende noch twee silvere croesgens gecomen van des voornoemde Jannitgen Claesdr moeder, legateerde voorts aende voornoemde Dirck Jansz Quintingh twee silvere schalen waerdich hondert gulden, aen het mannen ende vrouwen gasthuijs binnen deser stede, elcx hondert gulden eens, ende aen het huijs armen huijs ende het weeshuijs binnen der selver steden elcx twee hondert gulden eens uijt te keeren, (soo wel t' voorschreven prelegaet als de legaten) ingevalle als vooren, stracx naer sijns testateurs overlijden legateerde, noch hij testateur inden selven gevalle, aende kinderen van Jan Heijnen ofte Jan Maet, woonende inde Veenen, Ses hondert k.- guldens eens, uijt te keeren naer t' overlijden vande voornoemde sijne huijsvrouwe ende indien hij testateur comt te overlijden achter latende kint, kinderen off verder desendenten, Soo is sijn wille ende begeeren dat d' voornoemde sijne huijsvrouwe d' voorseide usufruct ende lijftocht van sijne goederen sal hebben ende genieten tot weder hijlickens toe, wel verstaende dat sijne kinderen ende descendenten in cas van wederhijlicken vande selve sijne huijsvrouwe als dan gehouden sullen sijn aen haer uijt te keeren, twee hondert gulden jaerlicx, haer leven lanck geduijrende, wilde

[p. 358]

ende ordonneerde voorts hij testateur ingevalle sijn voornoemde huijsvrouwe, sijne kinderen ende descendenten alle mochte comen te overleven, dat alsdan de selve sijne huijsvrouwe d voorseide usufruct ende lijftocht mede sal genieten haer leven lanck, t' sij off sij herhuwelict is ofte niet. Ende d' voornoemde Texelscha Roemers disponerende van hare goederen heeft d' voornoemde Allert Jansz. Crombalch hare man (indien sij sonder kint, kinderen off verder decendenten comt te overlijden) gemaect gelegateert ende besproocken, sulcx sij doet bij desen d' usufruct, lijftocht ende het vrucht gebruijck, van alle de goederen roerende ende onroerende, clederen en juwelen daerin begrepen geen uijtgesondert, die sij ongedisponeert metter doot ontruijmen ende achter laten sal, mede sijn leven lanck geduijrende, instituerende ende nominerende voorts tot hare universele erffgenamen (ingevalle alsvooren) Truijtgen Roemers, Annitgen Roemers, ende Pieter Visscher hare broeder ende susters, ende bij ordine der selver kint, kinderen off verder descendenten bij representatie, met sulcken verstande dat de vrunde ende erffgenamen vande voornoemde haere testatrices man sullen mogen volstaen, mits eens voor all aen haere voornoemde geinstitueerde erffgenamen (boven de prelegaten ende legaten hier naer gespecificeert) uijtkeerende, de somme van seven duijsent karolus guldens sonder meer.

Prelegateerde voorts sij testatrice inden voorseide gevalle, d' voornoemde Annitgen Roemers haer beste damaste vlieger,1) ende Truijtgen Roemers hare beste damaste rock, mitsgaders Pieter Visscher hondert guldens eens, legateerde noch aende voornoemde Dirck Jansz Quintingh twee silveren schalen, d' eenen met een mans hooft ende d' andere met een vrouwen hooft, ende daeren boven een roosgens ringetgen, noch aen d' voornoemde Jannitgen Claes haer mans nichte, de somme van hondert karolus gulden eens alles uijt te keeren stracx naer haer testatrices overlijden ende daer en boven noch aende voornoemde Jannitgen Claes t' sij off sij testatrice kinderen nae laet ofte niet, een lange gevoude hoijck, een schort, ende all haer gesierde goet mede uijt te keeren alsvooren ende ingevalle sij testatrice comt te overlijden achter latende kint, kinderen off verder descendenten. Soo is haer wille ende begeeren, dat d' voornoemde hare man, d' voorseide usufruct ende lijftocht van haere goederen, sal hebben ende genieten tot weder hijlickens toe, ende langer niet, ende sal d' selve hare man, in cas van wederhijlicken mogen volstaen, mits bewijsende hare kint off kinderen tot haerluijder moeders

[p. 359]

erffenisse de somma van vijff duijsent gulden, onder soodanige conditie bij soo verre hare man bij een ander huijsvrouwe kint ofte kindere quame te teelen, dat alsdan haer testatrices kinderen ende descendenten, voor uijt sijne goederen sullen hebben ende genieten, de somme van twee duijsent vijff hondert karolus gulden, wilde ende ordonneerde voorts sij testatrice, indien d' voornoemde hare man alle hare kinderen ende descendenten, mochte comen te overleven, dat d' voorseide lijftochte als dan oock plaetse sal hebben t' sij off hij herhuwelict is ofte niet, sijn leven lanck geduurenden, T' geene voorschreven staet, seijden ende verclaerden d' voornoemde testateuren, hare respective uijterste wille ende begeerte te wesen, dien sij wilden naer haerluijder doot, alsulcx naergecomen ende achtervolcht te hebben, t'sij als testamente codicille gifte ter saecke des doots, onder den levenden ofte andersints soo eens menschen uijterste wille nae rechten off goeder gewoonte alderbest mach bestaen, versouckende tot dien eijnde aen mij openbaer notaris voornoemt, wettelicken stipulerende ende stipulatie ontfangende, hen hier van gemaect ende gelevert te werden een ofte meer openbaer instrument ofte instrumenten, inder bester forme.

Aldus gedaen ende gepasseert, binnen der voorseide stede Alcmaer, ten woonhuise vande voornoemde testateuren, staende aende suijtsijde vande Langestraet ter presentie ende overstaen van d' eersame Ghijsbert van Houten, ende Evert Gerritsz cleermaker poorteren deser stede als getuijgen van goeden gelove, hier toe met mij notaris versocht, inde jare indictie, maente, dage, ure, ende Keij:e Ma:ts electie als voren.

(Volgen de onderteekeningen der getuigen en van den notaris).

(w: g:) Gijsbert van Houten.

(w: g:) Evert Gerritsz.

Ende want ick openbaer

Notaris voornoemt etc:

(w: g:) C.J. Baert, Not:s

1625.

V. Procuratie (1634)1).

Compareerde voor mij notaris residerende binnen der stede Alcmaer ende den getuijgen naergenoemt D'Eerbare juffrouwe Tesselscha

[p. 360]

Roemer Visschers weduwe ende boelhoutster van Saliger Allert Jansz Crombalch, poorteresse deser stede, geassisteert met den F. Dirck Jansz Quintingh, out-schepen der selver stede, Ende verclaerde in dier qualite wel ende wettelijck geconstitueert ende machtich gemaect te hebben, soo sij doet bij desen, Den E. Johanvan Oijen Burgemeester1), ende E. Thomas Sammer poorter der voorseide stede, haer comparantes neven, nomine defuncti mariti, te samen ende elcks in solidum, omme ende uijt den name ende van wegen haer comparante, hem te compereeren voor den gerechte tot Veenhuijsen, ende elders, daert nodich wesen zal, ende aldaer ten behoeve van de Heeren bedijckeren vande Belckmeer op te dragen ende te transporteren al zodanige partijen verdolven lant, als de gemelte Heeren bedijckeren van 't lant haer comparante in qualite voorseit competerende doen affdelven hebben, voorde waernisse vandien te geloven, ende daer voren haer constitu[ante] persoon ende generalijck alle hare goederen te verbinden. Met speciale machten, van penningen daer vooren uijtgelooft, ende noch uijt te loven, te innen beuren ende ontfangen, quitantiën van de ontfangh te geven ende voorde namaninge te leveren, Ende voorts generalijck alles te doen wes nodich wesen zal ende zij constituante, zelffs present sijnde, zoude mogen, cunnen ende behooren te doen, Als waeren sulcx, dat die zake nader last, dan vooren verhaele is, requireerde, belovende voor goet, vast ende van waerdij te houden ende doen houden, alle 't gene hierin bij de voornoemde hare neven gedaen ende verricht zal worden onder den verbanden als na rechte Des sullen de voorseide hare neven, des noot ende versocht zijnde, gehouden zijn, te doen van haeren ontfangh, bewindt etc., behoorlijcke rekeninghen, bewijs ende reliqua naer behoren.

Aldus gedaen binnen de voorseide Stadt Alcmaer, ten huijse van de comperante. Ter presentie van Jan Reijnertsz Schoenmaker ende Heijndrick Gerritsz, Clercq vande notaris Jacob van der Gheest, poorteren deser stede als getuijgen op den XVIen Junij 1634.

(Volgen de handteekeningen van Tesselschade, de beide getuigen en den notaris).

[p. 361]

VI. Legaat aan Maria Tesselschade Crombalg Jr. (1637)1).

Den 28 Aprilis 1637 compareerde voor my Jacob Jacobs Notaris... d' eerbare Tesselscha Roemers, woonende tot Alkmaar, jegenwoordelyck synde binnen dese voorsz. stede, weduwe van Allertvan Cromblach, moeder ende voochdesse van Maritgen van Crombalch, geassisteert met de Eersame Nicolaesvan Buyl als haer gecoren voocht in desen, en bekende mits dese van haer ende haeren erven tot haer volcomen genoegen ende onwederroepelijck contentement ontfangen te hebben uyt handen van d' eersame Jacob van Campen2) een lyfrentebrieff ten Lyfe van de gemelte haer dochter van vijftich gulden 's jaers ten laste van Vrieslant by de Edele Cornelis van Campen zal.3) aan deselve Maritge van Crombalch gelegateert, gevende deselve hier mede daervan volcomen ende absolute quitantie, met belofte in voorsz. qualiteit vanden voorn. Jacob van Campen noch syne erven dienaengaende naemaels niet meer temoeyen noch te molesteeren. Actum te Amsterdam ter presentie van Henrick de Bary en Jacob Jansz Somer als getuigen hierover gestaan, dan 28 Aprilis 1637.

VII.

In een pamflet: ‘Nootwendich' en Levendich Verhael van het ghene tot Amstelredam by de inghesetene Schutters, Burgeren en Negotianten eenigen tijt herwaerts is gepasseert,’ gedrukt in 1629, waarvan de schrijver zich noemt: ‘een Lieff-hebber van de Vrede ende eenichlyck onses lieven Vader-Landts, ende specialijcken deser loffelijcker Stadt Amstelredam,’ komt over Pieter Vischer voor, dat hijals vaandrig van de schutterij was ‘in stoutheyt soo verre ghekomen, dat hy by nacht aende Schreyerhoux-toren de burger wacht heeft durven ghewelt aendoen, ende niettegenstaende hij van den capiteyn ende burgeren aen den majoor daer over is

[p. 362]

beclaecht, is nochtans niet eens getoont sulcx leet te zijn .... Wij laeten staen, datmen tegens hem soude hebben geprocedeert, ghelijck men voor desen teghen capiteyn Swart ghedaen heeft, den welcken men .... opentlyck wilde den cop afhouwen.’ Zie Achtste Verslag van het Vondel-Museum, 1918, blz. 5-6.

1)Het stuk bevindt zich in het Amsterdamsche notarisarchief; het is uitgegeven door Sterck in het Vierde Verslag der Vereeniging Het Vondel-Museum, 1910, blz. 41.

1)Het stuk is uitgegeven door den Heer C.F.A. Huilmand in De Wapenheraut, XIII, 1909, blz. 406-408, maar zonder opgave, waar het origineel te vinden is. Het is in het Museum van den Amstelkring te Amsterdam.
2)Jacob Bicker, Jacobsz. (1581-1626), was koopman en lid der firma Nicolaes Sohier. In 1623 was bij rekenmeester van Amsterdam. Zijn vader, Jacob Bicker, Pietersz. (1555-1587), was gehuwd geweest met Aeff Jacobsdr. de Moes (1553-1608), eene dochter van Jacob Jansz. de Moes († 1559) en Anna Jansdr. Quintingh († 1563). De Quintinghen hoorden thuis te Amsterdam. Een Dirck Janszoon Quintink, poorter van Amsterdam, werd in 1569 ingedaagd en verbannen, (Vgl. Wagenaar, Amsterdam, 8° Ed. III, 290-291.)
3)Cornelis van Campen, geb. in 1564, was een zoon van Jacob van Campen Hugensz. († 1593), die gehuwd was met Geerte Pietersdr. Visscher († 1616), eene zuster van Roemer. (Vgl. Unger in Oud-Holland, III, blz. 165, 166). Geerte en haar man hadden Roemer opgevoed (zie boven, blz. XI). - Cornelis van Campen was in 1602 getrouwd met Catharina Quekels (geb. 1568;) Roemer was daarbij zijn getuige.
1)Het stuk bevindt zich in het protocol van Cornelis Jansz. Baert, Notaris te Alkmaar (1624-1628, fol. 22), aanwezig in het Rijksarchief van Noord-Holland, te Haarlem; Dr. G.J. Boekenoogen te Leiden was zoo vriendelijk, mij er attent op te maken.
2)Zie blz. 354.
1)vlieger - zie blz. 320, noot 1.

1)Het stuk is aanwezig in het notarisprotocol van Cornelis van den Geest, notaris te Alkmaar (1631-1647, blz. 123 v.), in het Rijksarchief van Noord-Holland. De Heer Sterck was zoo vriendelijk mij zijn afschrift af te staan.
1)Jan Pietersz. van Oyen is schepen van Alkmaar geweest en werd in 1629 burgemeester, welk ambt hij daarna nog zes malen bekleedde. In April 1623 huwde hij Grietken Pietersdr, van Groll, weduwe van Louris Jelisz. Oudesteyn. Den 19den Januari 1639 is hij begraven. (Meded. van Juffr. C.E.C. Bruining). Misschien is hij de Joannes ab Oyen, Alcmarianus, die 13 Mei 1598 op 19 jarigen leeftijd als jurist te Leiden werd ingeschreven. Hoe hij in familiebetrekking stond met Crombalgh, is niet na te gaan.
1)Het stuk is uit het Amsterdamsche notarisarchief; de Heer Sterck was zoo vriendelijk mij zijn afschrift ten gebruike aan te bieden. In hetzelfde archief bevindt zich een ongeveer gelijkluidend stuk van 8 Oct. 1637, waarbij aan de twee kinderen van Anna Roemers even. eens f 50 gelegateerd wordt.
2)Jacob Cornelis van Campen was een natuurlijke zoon van Cornelis v.C. (zie blz. 354); hij werd in 1598 geboren en trouwde in Febr. 1623 met Geertruyd Cornelisdr. (vgl. Unger, ta.p., blz. 166 en 169).
3)Hij zal dus in 1636 of het begin van 1637 gestorven zijn.

prepostterug  begin  verder