EEN blaesbalck blasende om een vier te doen barnen dat slappelijck aen't roocken is. Doet* verstaen: dat onderrichtinghe verwect het voncxken van waerheydt dat in elck mensche door Gods gratie ingheplant is, om te worden een vier en barnende* yver tot der sielen saligheydt, als Boëtius seyt:
Heret profecto semen introrsus veri quod excitatur ventilante doctrina*.
Dat is:
Van binnen is in ons ghehecht een voncxken van waerheydt, dat opghewackert wordt door de lieffelijcke blasinghe van deughdelijcke leeringhe.