terug  begin  verderprepost
[p. 14]

XIV Sit oneri erit usui*I, 14

 


ALS een Schip in de Zee gaet, soo setmen het Boot in het groote Schip, het welck aldaer een groote ruymte neemt, ende de Bootsghesellen seer in de weech is; dan moet nochtans mee varen, niet teghenstaende alle ongherijf ende onghemack datmer af lijdt om datmen daer mede noodigh moet aen het landt gaen, alsmen in de Haven komt: daerom datmen met reden seyt:

Die wat spaert / die wat heeft.



illustratie


I, 14Sit oneri erit usui = het moge tot last zijn, het zal van nut zijn.
prepostterug  begin  verder