terug  begin  verderprepost
[p. 18]

XVIII Lof Meulenaers acker / by Heeren poppegoedt*I, 18

 


MEN mach den Diamant prysen om datse van de Heeren panlickers* hoogh gheacht wordt, als een dingh dat raer is, soo zy quaecken, 'twelck na haer oude gewoonte onwaerachtigh is: want daer gheschiedt qualijck een houwelijck, of de Bruyt moet een Diamant ontfanghen van haren Bruydegom, tot een teecken van bestandighe trouwe, die met ghifte in de plaetse van liefde gheknoopt wordt: soo datter meer Diamanten in 't landt zijn, dan Meulensteenen: Sulcx dat* men sustineren mach, dat een Meulensteen (boven den dienste die de Ghemeente daer af gheschiedt) veel raerder is, als een Diamant.

Ende:

Gheen dingh en is prijselijck / dan dat nut is.



illustratie


I, 18Lof meulenaers acker by heeren poppegoedt = lof zij de akker (d.i. de molensteen) van de molenaar vergeleken bij de edele gesteenten van de heeren.
Panlicker = tafelschuimer bij vorsten en voorname personen.
Sulcx dat = in die mate, zozeer dat.
prepostterug  begin  verder