terug  begin  verderprepost
[p. 30]

XXX Kruyt voor de wilde woeste*I, 30

 


PLATO, Aristoteles, en daer na Boëtius, Seneca, en veel andere Philosophen, hebben door haer grondigh en verstandigh schryven, de wilde woeste menschen tot ghesatigheydt* en ghehoor* ghebracht, en met dit saet van Philosophia ghesaeyt in de ongheploeghde ackers van haer wreede harsebackens*, de Muysen, Rotten, en de wilde woeste beesten als onkruyt uytghewied en ghesuyvert: Dus dan wil ick gebeden hebben den teeren Leser, daer men geen rondt Hollandts by spreken mach, datse dit willen goedelijc* duyden en my ten besten houden, want ick dencket noch meer te doen.




illustratie


I, 30Wilde woeste = onbeschaafde, ruwe mensen.
Ghesatigheidt = rust, kalmte.
Ghehoor = gehoorzaamheid.
Harsebackens = hersenpan, verstand.
Goedelyc = goelyk, op welwillende wijze. Het onderwerp slaat ondanks het meervoud terug op Leser.
prepostterug  begin  verder