terug  begin  verderprepost
[p. 31]

XXXI Dummodo prosim*I, 31

 


EEN Zeeton die in de Zeehavens gheleyt wordt ende in de Zee, tot merckteecken, hoe na de Schippers het landt moghen aensoecken*, die draeght* alle winden, stroomen en stormen, op dat hy voldoen mach daer hy toe gheordonneert is. Beteyckent, dat een goet Vorst moet verdraghen alle onmoet* en oproer van zijn gemeente met een kloeckmoedigh herte, en dat stillen met de minste wreetheydt die hy mach, luttel hooft-belbinders straffende, tot exempel van de goede ghemeente.




illustratie


I, 31Dummodo prosim = als ik maar van nut ben.
Aensoecken = onderzoeken, dus hier: naderen.
Draeght = verdraagt.
Onmoet = onlust, tegenkanting.
prepostterug  begin  verder