terug  begin  verderprepost
[p. 36]

XXXVI Licht en dichtI, 36

 


DE glasen vensters in Kercken en Huysen zijn licht, laten de lucht ende de sonne deur hen schynen, en zijn dicht voor de windt, die zy buyten keeren. Dit en behoeft gheen vorder uytlegginghe, dan een yeder mach het ghebruycken daer 't hem te passe komt.




illustratie


I, 36De uitlegging, die Roemer Visscher hier niet gegeven heeft, brengen latere drunken ons van Anna's hand, n.l.:
Dit is de Sinne-pop van een goedt, oprecht en deughdelijck Christen, wiens hert is als glas, dat de Son van Godts heylige Woordt laet binnenkomen, en het licht van de waerheydt in hem schijnen, maer tegen alle winden van valsche leeringen en ketterijen is het dicht: Sy blasen daertegen aen, doch stuyten met schande weer te rugh.
prepostterug  begin  verder