terug  begin  verderprepost
[p. 40]

XL Ut emergant*I, 40

 


EEN Prince die zijn ampt wel bedient, doet alle vlijt ende neerstigheyd dat zijn onderdanen ende burghers welvaren, ende goede neeringhe hebben: overleggende dagh en nacht in zijn herte, om alle hinder en ongheluck af te wenden, met den meesten oorboor* en minste schade: ghelijck de Watermeulen lijdt den aenstoot van alle winden, om deur kracht van dien het water met zijn schepraden uyt te werpen, met het woordt: ut emergant, (dat is:) op datse op komen / te weten, de landen die sonder behulp van dien, onder water souden blyven gantsch vruchteloos* ligghen.




illustratie


I, 40Ut emergant = opdat zij opduiken, te voorschijn komen.
Oorboor = oorbaar, nut, voordeel.
Vruchteloos = zonder vruchten op te brengen.
prepostterug  begin  verder