terug  begin  verderprepost
[p. 44]

XLIV Telt wat ick seghI, 44

 


HIER by leertmen den tijdt onderscheyden; te kennen ghevende wat ure dattet is, soo wel by nacht als by daghe, nut voor alle ambachten, om met elckander ghelijck aen't werck te gaen. Dat is te segghen, elck moet zijn ghetyde gissen, wat, ende op wat tijdt, elck dingh moet ghedaen worden: waer op hier een spreeckwoordt plach te wesen: Hy heeft in oude Joosten baen gegaen / hy weet wat de klock heeft.* Als of men wilde segghen: Hy verstaet hem zijn stuck wel, hy weet zijn weetjen wel.




illustratie


I, 44Hij heeft in oude Joosten baen gegaan, enz. = hy weet ‘hoe laat het is’.
prepostterug  begin  verder