terug  begin  verderprepost
[p. 47]

XLVII Pracht voor't gheslachtI, 47

 


DE Princen en Heeren plachmen eertijdts (en oock noch) heerlijcke begraeffenissen te maken, om dat hun erfghenamen de deughden van haer voorganghers souden volgen, en in haer voetstappen treden: maer nu (God betert) komen de glorieuse* menschen, die dickmael het goet met rooven ghekreghen hebben, ende volghen dat nae: om door ghemeynheydt* der Vorsten tomben (die tot memorie van de ondersaten ghestelt waren) te verminderen.

 
Hier onder leyt mijn Heer vailliant/
 
De koenste Ruyter van dit landt:
 
Een Buyter vry op s'heeren pas/*
 
Hy maeyde garen eens anders gras.



illustratie


I, 47Glorieus = roemzuchtig, pralend.
Ghemeynheydt = algemeenheid.
Buyter vrij = vrijbuiter, rover.
Pas = (hier) weg.
prepostterug  begin  verder