terug  begin  verderprepost
[p. 48]

XLVIII Haec illa est Remora*I, 48

 


PLINIUS schrijft datter een kleyn visken in de Roode Zee is, dat een schip kan houden ligghen met volle seylen: ja beter dan eenighe anckers en touwen: welck visken ghenaemt is REMORA. Hier in onse landen ist niet bekent, 'tenwaer datter een groote Metamorphosis gheschiedt ware, en dattet verandert was in een koperen instrument, het welck tot Delft een Conduyt, en voort over al in Hollandt een Kraen ghenaemt wordt: en dat neem ick daer uyt, om datse van eender aert en werckinge zijn, bysonder alst in een tonne steeckt daer goet nat in is: soo datter veel lieden door te rug gehouden en bedorven worden, maer meest van't geslachte van Ulysses Bootsgesellen, die soo overvloedigh geteelt, en soo veel jonghen voortgebracht hebben, gelijck alle Verckens en Zeughen doen, soo datter nau een dorp is, of het isser overvloedigh met beghaeft. Dit is dan:

De rechte Remora.



illustratie


I, 48Haec illa est remora = Dit is die (bekende) remora.
Dit verhaal van de remora is een zeer bekend motief vgl. o.a. Vondel in ‘Den Gulden Winckel der Konstlievende Nederlanders’ (1613), 66.
'T kleyn Vischken Remora kan lichtelyck terstond.
Bedrijgen een groot schip en stooten 't inden grond.
De plaats bij Plinius, waarop Roemer Visscher doelt, is Naturalis Historia, Lib. IX, 41.
prepostterug  begin  verder