terug  begin  verderprepost
[p. 50]

L Galathea wacht u wel*I, 50

 


EEN koperen pot versocht aen een aerden pot, (die beneffens hem in't water dreef) datse sich t'samen wilden voeghen, om alsoo te beter behouden te moghen blyven: neen seyde de aerden pot, 't eerste onweer dat ons over quam, soude ick aen u stucken* stooten, en te gronde gaen, en ghy soud daer gheen schade aen lyden, noch aen eer, noch aen goedt. Leerende, dat men hem van zijn overhooft* moet wachten, en dat een dochter van kleyn vermoghen, haer ontsie met jongmans van veel hooger state, gheslacht en rijckdom te converseren, of immers* soo luttel alsmen mach: altijd denckende op de wijsheydt van den aerden pot. Het woordt ‘Galathea wacht u wel’ / is ghenomen uyt de amoreuse liedekens van den overtreffelijcken Nederlandtschen Poeet Pieter Cornelissen Hooft: de eenige Phoenix der Duytsche Poeten, die ons tot noch toe verscheenen* en ter handt ghekomen zijn.




illustratie


I, 50Galathea, wacht u wel = Versregel uit het bekende lied van Hooft:
 
Vluchtige nymph waer heen soo snel?
 
Galathea wacht u wel, enz.
Zie P.C. Hooft, Gedichten. Uitgave F.A. Stoett. Dl. I (A'dam, 1899) blz. 18. Het gedicht is waarschijnlijk reeds vrij vroeg bekend geweest.
Stucken = stuk.
Overhooft = iemand van hogere stand.
Immers (so) = in elk geval, althans.
Verscheenen - bedoeld is: in druk verschenen.
De fabel van de ijzeren en aarden pot vindt men in Andr. Alciati, Emblemata. Ex officina Plantiniana, Raphelengii, 1608. Embl. 165. Daar wordt weer verwezen naar Gabr. Faerni Fabulae centum, waar het als de eerste fabel voorkomt.
prepostterug  begin  verder