terug  begin  verderprepost
[p. 62]

Het tweede schock

I Elck wat wils*II, 1

 


DESE Sinnepop schijnt te accorderen met de meeninghe Agesilai, die gekoren zijnde Koningh, in een waerschap* Wetten gaf, waer nae elck hem had te reguleren: gheboot den Schencker, soo de wijn koever* en overvloedigh was, elck te gheven soo veel hy eyschte: maer sooder kommer* was, dat hy elck soude gheven zijn juyste even* mate, op dat hem niemand hadde te misnoeghen: 'twelck het woordt: Elck wat wils duydelijck uytdruckt: want als een yeder zijn beecker met water mach temperen* nae zynen smake, (en niet ghedwonghen is nae der Duytschen aert den selven bescheyt* te doen: dat is, heel of half uyt te suypen, het lust hem ofte niet) soo is elck waerlijck wel ghetracteert*. Soo mach dan dit op veel ander dinghen ghebruyckt worden, daer men met overdaedt niemandt wil overlasten*, noch door onghelijcke deelinghe een leep* oogh maken.




illustratie


II, 1Elck wat wils = Roemer Visscher's zinspreuk. De afbeelding stelt ook voor een ‘roemer’ tussen een wijn- en een waterkan.
Waerschap = feestmaal, bruiloftsmaal.
Koever = overvloedig.
Kommer = gebrek, tekort.
Even = gelijk.
Temperen = mengen.
Bescheyt doen = eig. een dronk met een andere dronk beantwoorden; verder ook: tot op de bodem ledigen,
Ghetracteert = behandeld.
Overlasten = overladen.
Leep = scheef. Een leep oogh maken = schele ogen maken.
prepostterug  begin  verder