terug  begin  verderprepost
[p. 67]

VI Duycken* en ghenoeghen*II, 6

 


DE ghelucksaligheydt is alleen den laeghen van state van God toegheeyghent*; want ghenoegh maeckt zijn bruycker gherust en lustigh, bysonder die daer in dan duycken kan, en houden hem in zijn kleyne vryheydt: want daer hoogh moet in swang gaet*, daer is min veyligheyd en meer moeyten: en het Hollandtsche rijmken seyt:

 
Houdt u reyn/
 
Acht u kleyn:
 
Vreest voor den dagh,
 
Die niemandt verby en magh.



illustratie


II, 6Duycken = zich niet verheffen, zich klein houden.
Ghenoeghen = tevreden zijn.
Toegheeyghent = toegekend.
In swang gaen = in algemeen gebruik zijn.
prepostterug  begin  verder