terug  begin  verderprepost
[p. 72]

XI Sin en wits*II, 11

 


NA dat de menschen inde voorgaende Eeuwe langhe tijd gheleeft hadden by Aeckers en by Boecken, soo quam Bachus ende Ceres, en leerden haer planten en saeyen, wijn, koren en alderley vruchten, die de aerde van selfs opwierp*, ende door goede bouwinghe hem grootelijcks verbeterde*: dit was beghinsel van Beleeftheydt*, dat is, dat het volck beghon te verstaen, hoe zy met elckander leven moesten, maeckten wetten en willekeuren, om elck* alsoo met beleeftheydt, beleefdelijck in den toom te houden, waer door de wereldt worde verciert met Sin en wits / 'twelck in onse tale is, als Sinnelijckheyd* en wetenschap, daer in wy soo lang gheleeft hebben, tot dat Courtosy met lecker Bancket hier te lande quamen.




illustratie


II, 11Sin en wits wel het duitse Sinn und Witz.
Opwerpen = opbrengen.
Ende door goede bouwinghe hem grootelycks verbeterde = en die door goede bebouwing van het land in hoedanigheid zeer verbeterden.
Beleeftheydt = beschaving, humanitas.
Elck = ieder.
Sinnelijckheyd = hier zoveel als ‘aardigheid’?
prepostterug  begin  verder