terug  begin  verderprepost
[p. 73]

XII Of 'twalght of 'tbijtII, 12

 


DE Courtoisie* wil ick soo seer niet laken, datse heel te verwerpen soude zijn, bysonder in Heeren Hoven, die alle lof-tuyterye* ghewoon zijn: maer het misbruyck van dien, onder de Hovelinghen die nae Officien staen of hooghe Ampten, en dickmael spreken verre van haer meeninghe, om haer mede Versoeckers* te bedodden en te versenden*; dit was noch lydelijck*, als zy elck ander dicwils niet door kromme ganghen en beloghen, valschelijck beschuldighden, en na het leven stonden: het welck de heete Minnaers wel meesterlijck nae konnen spelen, met de bonet* te lichten, knien te buyghen met minschijnlijcke* reverentie; jae dattet hun selven walght die't doen: maer doen dit al om die zy ter eeren of oneeren* beminnen. En halen in haer Bancketten, soet smakende Marsepeynen, Confituren, Marmeladen en dierghelijcke snorrepypen*, die in't leste den mondt laf maken, en ontstellen* het verhemelt van dien met dofheydt, het welck de smaeck wech neemt. Wordt daer om van de Goetrondtheydt uyt haer Gilde ghedaen, en hier ghemaelt in een valsch Rondt met Giegauwen* verset, met een Marsepeyn in't midden.




illustratie


II, 12Courtoisie = gemaniereerdheid, die Roemer Visscher vooral in de Zuid-Nederlanders, de ‘Walen’ laakt.
Lof-tuyterye = verkondiging van iemands lof.
Versoecker = mededinger.
Versenden = met een kluitje in het riet sturen.
Lydelijck = te verdragen.
Bonet = bonnet, muts.
Minschijnlijck = van liefde blijk gevend. Ter eeren of oneeren = op behoorlijke of onbehoorlijke manier.
Snorrepijpen = onnodige omhaal, fraaiigheden.
Ontstellen = verstoren, in de war brengen.
Giegauwen = krullen, slingers.
Sinnepop 10, 11 en 12 geven de opeenvolging: goedrondheid, beleefdheid en courtoisie, waarbij de laatste een daling betekent. Vgl. Brabbeling, Q. VII. 29:
 
Soo veel ghenoech meer is dan veel
 
Soo veel als dapper gaat voor eel
 
Soo veel vrolyck min is als blij:
 
Soo veel scheelt beleeftheyt en courtosy.
prepostterug  begin  verder