terug  begin  verderprepost
[p. 77]

XVI Dat hof is uyt*II, 16

 


IN veel plaetsen vergaren de Gilden, de Rotten*, de Gebueren of de Vrienden eens jaers, om te houden vrolijcke maeltyden, en dat noemen zy hoven: al waer tot overdaedt wordt ghegheten en ghedroncken, soo langhe alsser bier of wijn in't Vat is: als dan in sulcker voeghen de waerschap uyt is, soo seytmen: Dat hof is uyt / men tapter niet meer. Maer meer wordt dese Sinnepop ghebruyct, als yemandt met Herberg houden soo achteloos het ghelagh reeckent, of soo lichtelick aen droncken gasten uytborght, dat de Backer en Brouwer niet langher willen by setten*, en soo by ghebreck de neeringe moet staken, dan seytmen: Daer is de Soch met de tap wegh gheloopen, en de Waert is voor daegh* aen de wandt ghepist*, heeft zijn huyshuere met het bedtstroo betaelt*.




illustratie


II, 16Dat hof is uyt = dat feest is gedaan.
Rot = korporaalschap.
Bijsetten = leveren.
Voor daegh = voor het aanbreken van de dag.
De Waert is, enz. = is met de Noorderzon vertrokken.
Heeft zijn huyshuere, enz. = is met achterlating van schuld vertrokken.
Dezelfde voorstelling treft men aan op Jan Steen's ‘De verkeerde werelt’.
prepostterug  begin  verder