terug  begin  verderprepost
[p. 84]

XXIII Met dees myne / Seghent God de zyneII, 23

 


AL hoe wel de plaetsen daer de Zeevaert floreert, te prysen zijn boven alle Hoecken, soo is nochtans het landt (daer 't langhe Gras wast) gheensins van de minste in waerdigheydt, als oock vermenght met veele eerlijcke lusten*: al derft het de overgroote winninghe, soo derft het oock de grooter hertseer, moeyten en bekommernissen, ende de Inwoonders faeljeren selden in haer Reeckeninghe: (dat men Banckeroete noemt) alsoo zy soetelijck, sachtelijck rijck worden: Soo blijft dese lieden de Rijckdom oock lange by, van gheslachte tot gheslachte: het en ware datter altemet een geck onder hen lieden gheboren werde, die de Hutspot liet aen barnen, en al de Botter* met al het Meel, op eenen avont verpannekoeckte.




illustratie


II, 23Als oock vermenght met veele eerlycke lusten = terwijl het ook nog vele behoorlijke genoegens biedt.
Botter = fri-holl. vorm voor boter.
prepostterug  begin  verder