terug  begin  verderprepost
[p. 87]

XXVI Degeneres animi procerum quid quaeritis aulas*II, 26

 


EEN Valck die is van wilder aert, nochtans laet hy hem soo smeken van de leckere spysen des Hofs, dat als hy vry by de lucht vlieght, komt weder in zijn banden, en laet hem blindhocken* en huyven*. Soo zijn oock dese Edel-luyden, die ten Hove opghevoet worden, al hoe wel datse de ghebreecken des Hofs wel sien, konnen daer nochtans niet van daen blyven: zijnde dees wilden Valck in als ghelijck, die met zijn eygen verdriet bekleedt de plaets van eeren by zynen Heere.




illustratie


II, 26Degeneres animi procerum quid quaeritis aulas = Gij adellijken van verbasterd karakter wat zoekt gij toch de vorstenhoven. Een naar alle waarschijnlijkheid niet-klassiek citaat.
Blindhocken = in een blind (= donker) hok opsluiten.
Huyven = een valk de kap opzetten.
Het motief van de valk, die steeds in zyn gevangenschap terugkeert, is vooral in de erotische emblematiek gewoon. Een vroeg voorbeeld is in Daniel Heinsius' bundel Quaeris quid sit amor, etc. nr. 11 met het motto ‘Je reviens de mon gré aux doulx lacqs qui me serrent’. Vgl. ook de inleiding, blz. XXXI
prepostterug  begin  verder