terug  begin  verderprepost
[p. 88]

XXVII Morghen zijt ghy hier niet te gast ghenoodtII, 27

 


DE Poeet Martialis maeckt mentie van eenen Cecilianus, die van als dat op tafel quam, wat nam, en leyde dat in een servet, om t'huys* te draghen: Ghelijck den Eghel, die is het niet genoegh, dat hy in eenen boomgaert hem met ooft versaet;* maer steeckt oock eenighe op zijn pennen, om in zijn hol te sleypen: daer om besluyt hy: Cras te Ceciliane non vocavi*. Godt behoedt ons voor etende gasten, en draghende gasten: want de Schotels zijn ledigh, en niemandt is versaet.




illustratie


II, 27T'huys = naar huis.
versaet = verzadigt.
Caecilianus is de gefingeerde naam bij Martialis van een tafelschuimer, die in zijn Epigrammata, Lib. II, 37 gehekeld wordt, omdat hij allerlei spijzen van de tafel wegneemt en door zijn slaaf naar huis laat brengen. Het epigram eindigt: Cras te, Caeciliane, non vocavi - Caecilianus ik heb U voor morgen niet te eten genodigd.
De voorstelling van de egel met vruchten op zijn pennen treft men veel aan. Vgl. o.m. Paradin, a.w., 86 verso en Camerarius, a.w., II. 85.
prepostterug  begin  verder