Sinnepoppen


auteur: Roemer Visscher


editeur: L. Brummel


bron: Roemer Visscher, Sinnepoppen (ed. L. Brummel). Martinus Nijhoff, Den Haag 1949  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 95]

XXXIV Laet dunckenII, 34

 


LAET duncken maeckt den dans goet*, soo men seyt: En die hem smorghens wat laet duncken, die isser den heelen dagh te bet af: Dit komt uyt een hoveerdigh herte: gelijck de Paeu, die zijn schoone steert verheft, en spieghelt hem daer in, en draeyt hem om ende weder om, op datmen zijn meeninge soude mercken: Alsoo doen oock de hoveerdighe opgheblasen menschen, die by der straten gaen proncken, ende draeyeerssen* met haer kostelijcke kleederen, en groote pracht en staet van dienaers; oock met kostelijck timmeren* en huyshouden.




illustratie