Sinnepoppen


auteur: Roemer Visscher


editeur: L. Brummel


bron: Roemer Visscher, Sinnepoppen (ed. L. Brummel). Martinus Nijhoff, Den Haag 1949  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 106]

XLV Het moet welII, 45

 


HET is een ghemeyn spreeckwoordt onder de Kooplieden, en bysonder Winckeliers, datse segghen:

 
God gheef hem alle gheluck en eer /
 
Daer ick aen winne dat ick verteer.

Die zy oock goede chier* en vrientschap bewysen, en eenighe kleyne fauten ten besten houden, en dat alleenlijck om het ghewin datse van die luyden hebben. Daerom ist oock wel billick, dat wy het kaeckelen van de Hoenderen niet alleen verdraghen: maer met gheneuchte aenhooren, om de Eyeren die zy legghen. Socrates ghevraeght zijnde, hoe hy het klackoyen*, kyven en schelden van zijn Wijf mochte verdraghen. Antwoorde: Hoe mooght ghy het kaeckelen van u Hoenderen ende Gansen verdraghen? Om datse (seyde de Vragher) moye Eyeren en Ionghen voortbrenghen: Soo brengt dan oock mijn Xantippe schoone jonghe kinderen voort.




illustratie