Sinnepoppen


auteur: Roemer Visscher


editeur: L. Brummel


bron: Roemer Visscher, Sinnepoppen (ed. L. Brummel). Martinus Nijhoff, Den Haag 1949  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 150]

XXVIII Wie weet waer?III, 28

 


DE woelende neerstige mensch moet altijt doende wesen, spannende zijn netten op alle hoecken van de Wereldt, om Rijckdom te vergaren, die nu de hooghste Santinne hier op aerden wil wesen: dan zy is soo glat als een Ael, die hem wel laet sien en grypen; maer ontwringht hem (door hulp van de Fortuyne) uyt de Gierigaerts handen, en weet niet waerse leyt, of waerse ghebleven is: dan moet de hanghel van neerstigheydt weder uyt in't water, om andere dierghelijcke Visch te vanghen. Dit komt oock voor alle Minnaers van Vrouwen te pas, die gelijcke avontuere loopen*: alle liefhebbers van konstighe Schilderyen, van Bloemen, Hoornkens, Diamanten, Peerlen, en andere Iuweelen, die met moeyten ghevischt en ghevanghen worden: maer worden meer met sorghe beseten, dan of hun hanghel noyt in sulcke periculeuse wateren ghevischt hadde*.




illustratie