‘Flaubert overschrijven’ is een herschreven versie van het gelijknamige artikel dat in Raster 16 (1981) verscheen. ‘Een man van de pen’ werd gepubliceerd in De Groene (april 1984).
‘De Ideeënwereld van Don Quichot’ is een herschreven versie van het gelijknamige artikel dat in een Groene-nummer over Multatuli verscheen (23 oktober 1985).
‘De demonen van de vrijheid’ is een uitgebreide versie van het gelijknamige artikel uit De Groene (3 oktober 1984).
‘Het dubbelleven van een evenwichtskunstenaar’ is een bewerking van het gelijknamige artikel dat in een Groene-nummer over Kafka verscheen (6 maart 1985). ‘Zeeziekte op het vasteland’ werd ongeveer in deze vorm in hetzelfde nummer gepubliceerd.
‘Van orthografie naar pornografie’ is een bewerking van het gelijknamige artikel dat in een Groene-nummer over Joyce verscheen (augustus 1982).
‘Tijd in meervoud’ is een herschreven versie van het artikel ‘Het ononderbroken rijzen en dalen en dalen en rijzen, altijd weer’, verschenen in De Groene (12 februari 1986).
‘Tussenfiguur in niemandsland’ werd niet eerder gepubliceerd.
‘Door een schilderij van Francis Bacon’ verscheen eerder in Raster 16 (1980); vrijwel ongewijzigd.
‘Woordspelingen tegen het toeval’ is een bewerking van het gelijknamige artikel over Raymond Roussel dat verscheen in Raster 6 (1978).
‘De toren van babbel’ werd voor dit boek geschreven en is gebaseerd op de presentatie van gestoorde teksten in Raster 24.
‘Tekstverstoringen’ is een bewerking van de inleiding bij het nummer van Raster (24, 1983) ‘Gestoorde teksten/Verstoorde teksten’.
‘Tegen interpretatie’ is een bewerking van het artikel over Unica Zürn dat onder de titel ‘Wonen in een anagram’ gepubliceerd werd in De Groene (24 april 1985).
‘Van utopie naar atopie’ is gebaseerd op een Groene-artikel ‘Weg met de utopie. Leve de utopische methode’ (28 oktober
1981). ‘Utopie bij Musil’ verscheen in Raster 31 (1984) als inleiding bij een viertal vertaalde fragmenten uit Der Mann ohne Eigenschaften; bovendien is in deze versie een bespreking verwerkt van het toneelstuk De Fantasten van Musil.
‘Leven en dood van de woorden’ is een bewerking van het artikel over Nathalie Sarraute dat onder de titel ‘De leugen tot kunst verheffen’ gepubliceerd werd in De Groene (28 augustus 1985).
‘Repeterende breuken’ is een herschreven versie van het gelijknamige essay uit Raster 23 (1982).
‘Vraag en antwoord’ verscheen eerder in Raster 19 (1981). Dit gesprek met mijzelf schreef ik in april 1981 voor een nummer van Raster waarin het thema ‘avantgarde’ opnieuw besproken werd, dit keer toegespitst op de vraag wat er van de ideeën uit de jaren '60 is overgebleven. Mijn solo-dialoog was in de vorm een reactie op de inleiding die J. Bernlef geschreven had. Met opzet heb ik de tekst niet herschreven. Met het oog op de stortvloed van boeken en artikelen die sindsdien over het onderwerp ‘postmodernisme’ is heengekomen, zijn mijn opmerkingen ongetwijfeld gedateerd; dat laat ik maar zo, temeer daar ik weinig behoefte heb aan nieuwe termen en onderscheidingen.
‘Terugschrijven’ verscheen in de serie ‘Schrijvers als lezer’ in de Volkskrant (2 augustus 1980); vrijwel ongewijzigd.
Aangezien de essays geen besprekingen van vertalingen zijn, behoudens het opstel over De golven van Virginia Woolf, wordt er verwezen naar de oorspronkelijke titels. Wanneer er van een boek een vertaling in het Nederlands bestaat, zijn de citaten daaruit afkomstig; na elk essay staat aangegeven van welke vertaling ik gebruik heb gemaakt, in alle andere gevallen komt de vertaling voor mijn rekening.