de’, in: themanummer ‘Vrouwen en de canon’, Nederlandse letterkunde, 2, 3, 1997, p. 305-309.
Boven, E. van, ‘De eeuwige verbinding van schrijfsters, massa's en middelmaat’, in: De Gids, 163, 9, 2000, p. 688-696.
Boven, E. van, M. Meijer en A. Andeweg, ‘Een campobsessie met katholicisme. Literatuur en moderniteit in Nederland van Frans Ruiter en Wilbert Smulders in genderkritisch perspectief’, in: Spiegel der Letteren, 41, 1, 1999, p. 57-69.
Etty, E., Dames gaan voor. Nieuwe Nederlandse schrijfsters van Hella Haasse tot Connie Palmen. Amsterdam: De Bijenkorf, 1999.
Groen, M., ‘Gewoon meedoen met de rest of weggeschreven worden’, in: Lust & Gratie, 11, 42, 1994, p. 119-123.
Groos, M., ‘Wie schrijft, die blijft? Schrijfsters in de literaire kritiek van nu’ in: Tijdschrift voor Genderstudies, 3, 3, 2000, p. 31-36.
Pattynama, P., ‘Maskering en geheimhouding. Het lesbisch verhaal’, in: M. Prinssen en L.Th. Vermij (red.), Schrijfsters in de jaren vijftig. Amsterdam: Sara en Van Gennep, 1991, p. 251-263.
Reve, K. van het: ‘Bestaat er een literatuurwetenschap?’, in: K. van het Reve, Een dag uit het leven van de reuzenkoeskoes. Amsterdam: Van Oorschot, 1979, p. 108-127.
Schuijf, J., ‘Coderingen: het beeld van het lesbische in de literatuur’, in: J. Schuijf, Een stilzwijgende samenzwering. Lesbische vrouwen in Nederland 1920-1970. Leiden: S.n., 1994, p. 153-238.
Schutte, X. (inl.), ‘Anna Blaman Tribunaal’, in: Surplus, 5, 3, 1991, p. 21-27.
Themanummer ‘Vrouwen en de canon’, in: Nederlandse letterkunde, 2, 3, 1997.