De werken van Vondel. Deel 1. 1605-1620


auteur: Joost van den Vondel


editeur: Leo Simons, C.R. de Klerk, B.H. Molkenboer, J. Prinsen J.Lzn, H.W.E. Moller en J.F.M. Sterck


bron: J.F.M. Sterck, H.W.E. Moller, C.R. de Klerk, B.H. Molkenboer, J. Prinsen J.Lzn. en L. Simons (eds), De werken van Vondel. Eerste deel 1605-1620. De Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur, Amsterdam 1927  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 150]

Op het twaalfjarige bestandt der Vereenigde Nederlandenaant.aant.aant.*

 
Den Heemel krijgens zadt, erbermt sich onser quaalen:
 
Kastiljen wort beweegt den Vreede ons aan te biên,
 
De Staaten leenen 't oor, dies wy verwondert, zien
 
Het vreedemaakend volk genaaken onze paalen.4
5
Naar onderling gesprek, opschorssing en lang draalen,
 
Vergunt men haar 't Bestant voor jaaren twee en tien:6
 
Op hope oft met'er tijdt een Vreede-zon misschien
 
Den Nederlanden mocht geduuriglijk bestraalen.
 
Nassou ontwaapent zich om ruste te verwerven,
10
Steekt op sijn dreigend staal, geschaart van't veel doorkerven,
 
En't Bondig Landt geniet de vruchten van sijn zweet,11
 
Van vreugde golven vyers ten heemel opwaart vaaren,12
 
Men offert lof en dank den Heere der Heirschaaren,
 
Die nu in loutre vreugt doet eyndigen ons leet.
 
 
I.v.V.