auteur: Joost van den Vondel
editeur: Leo Simons, C.R. de Klerk, B.H. Molkenboer, J. Prinsen J.Lzn, H.W.E. Moller en J.F.M. Sterck
bron:
J.F.M. Sterck, H.W.E. Moller, C.R. de Klerk, B.H. Molkenboer, J. Prinsen J.Lzn. en L. Simons (eds), De werken van Vondel. Eerste deel 1605-1620. De Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur, Amsterdam 1927
verantwoording
inhoudsopgave
doorzoek de hele tekst
downloads

|
Regelnummers proza laten
vervallen | |
| | | |
30. D'overladen Ezel en 't Peerd.*

1 Alsoo heeft het toegegaen met Octavia, ende Poppaea Sabina Neronis wijven. Want 2 Nero quelde ende mishandelde Octaviam zeer qualijck: maer Poppaea, die Neroni 3 zeer lief was, had met Octavia geen melijden. Doe nu Octavia so zeer beswaert was, 4 ende de mishandelinghe niet langer verdragen konde, ende dat Nero oock merckte 5 dattet haer het meeste leet was, dat Poppoea geen melijden met haer hadde, soo hield 6 hy op Octaviam soo hard te quellen, ende begoste Poppaeam van ghelijken te doen.
SUETONIUS.
| | | |
XXX
Den Ezel overlaen en met veel packen zwanger, 1
Viel zijnen zwaren last op reyze langs hoe banger: 2
Dies hy zijn reys-gezel aemachtigh moede en mat 3
Het weeldigh Ros om hulpe en wat ontlastingh bad. 4
5
T'welck voerloos niet alleen hier door niet werd betogen, 5
Maer heeft den armen Muyl van trossen krom gebogen 6
In zijn ellend beschimpt; ter tijd het slaefsche beest 7
Ter aerden neder viel en deerlijck gaf de geest. 8
De Reyziger die om zijn reys te spoeden pasten 9
10
Bestond met s'Ezels last s'Peerts rugge te belasten, 10
'Twelck weygerende met veel slagen fel gegroet 11
Het lachen werd verleert in s'Ezels tegenspoet.
‘Wie in eens anders kruys en lyden schept vermaken, 13
‘En onmedoogende is, magh ernstelijcken waken: 14
15
‘Want als hy zal verzaed zijn van zijn spot-geral 15
‘Hy eyndlijck zelver'tjuck des onspoeds dragen zal. 16
|
*Regel 1 Octavia: vrouw van keizer Nero. Op aandrijven van de mooie en zedeloze Poppaea Sabína, werd zij door haar echtgenoot verstoten, daarna verbannen en op 20 jarige leeftijd vermoord; heeft het toegegaen: is 't gegaan; Neronis: van Nero (Lat. 2e n.v.) de beruchte kristenvervolger en wellusteling, romeins keizer (54-68 na Kr.). - r. 2 qualijck: slecht; Neroni: (Lat. 3e n.v.) aan Nero. - r. 3 so zeer beswaert was: zo erg gekweld was, in zo groot verdriet was. - r. 4 ende dat...: en toen. - r. 6 begoste: begon; van ghelijken te doen: op dezelfde manier te behandelen. - r. 7 Suetonius: zie onder prent 1.
1met.... zwanger: belast met.
2zijnen zwaren last: in 't Zuid-Nederlands ook als onderwerp aanhoudend zijnen, den enz. (vergelijk blz. 487 vs. 235) ; langs hoe banger: al langer hoe verschrikkeliker ( langs: zie blz. 489 op vs. 296).
3aemachtigh: amechtig, buiten adem; aemachtigh moede enz. horen bij hy (= de ezel).
4weeldigh: vurig; ( Het weeldigh Ros hoort bij zijn reys-gezel) ; ontlastingh: verlichting van lasten.
5T'welck: en dit ('t Lat. Qui of Quod aan 't begin van 'n zin, zie blz. 525 op vs. 7); voerloos: zonder vracht ( voer) en dit, dat niets te dragen had, werd niet alleen niet bewogen....; betogen: bewogen (getrokken, overgehaald).
6Muyl: muilezel; van trossen: door de pakken ( tros: last, pak; vergelijk legertros, en trossen: torsen zie blz. 497 op vs. 467).
7ter tijd....: tot (de tijd) dat; slaefsche: slavende.
8deerlijck: op deerniswekkende wijze.
9De reiziger die er op paste, er voor zorgde, z'n reis te bespoedigen.
11fel gegroet: stevig begroet, flink afgerost.
14magh ernstelijcken....: moet ernstig....; ernstelijcken: met 't bijwoordelike en (zie blz. 447 vs. 1).
15verzaed: verzadigd (van verzaden).
16zelver: zelf ( zelver zie blz. 524 op r. 3); des onspoeds: van de tegenspoed.
|
|